|
|
|
Homepage -->
Uit de geschiedenis van de Zijpe -->
Kleuterhuis Petten
|
|
Oproep:
Wie heeft als kind, stagiaire, of als medewerker/ster in het Kleuterhuis te Petten gewerkt? Laat ons uw positieve en/of negatieve herinneringen weten via ons e-mail adres: info@zijpermuseum.nl |
Stagefoto's uit de periode aug. 63 - jul. 65
Stagefoto's uit de periode sep. 66 - sep. 67
Stagefoto's uit de periode aug. 67 - aug. 68
Stagefoto's uit de periode jul. 68 - jul. 69
Uit: Zijper Historie Bladen, 21e Jaargang, Nummer 4
Auteur: P.T. Klant
Het doel der vereeniging is kinderen van mingegoeden van alle gezindten,
die tot herstel van gezondheid eenigen tijd naar buiten zouden moeten,
onder haar toezicht daartoe -- voor zoverre mogelijk -- in staat te
stellen.
Zij tracht dit doel te bereiken door daarvoor in aanmerking
komende kinderen jaarlijks één of meermalen buiten in één of meer door
haar te exploiteeren eigen herstellingsoorden op te nemen of op de voor
hen meest geschikte wijze elders te doen verplegen. Kinderen lijdende
aan besmettelijke ziekten of huidziekten, welke volgens medisch advies
afzonderlijke verpleging vereischen, worden uitgezonden wanneer de
middelen der vereeniging zulks toelaten.
(Uittreksel uit de statuten, artikel 3)
Bovenstaande laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Maar...
Hoe begon het allemaal?
Het verhaal, misschien hier en daar wat geromantiseerd, gaat als volgt.
In de jaren vóór 1903 reisden iedere dag, steeds om 08.28 uur, met
dezelfde trein van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij
(H.IJ.S.M.) een aantal forensen tussen Amsterdam en Rotterdam. Deze
steeds weer elkaar ontmoetende mensen onderhielden zich, behalve over de
gewone dingen van de dag ook over diepgaander zaken. Op zekere dag
vertelde één van hen, dat er bij zijn kennissen een financieel minder
draagkrachtig gezin was met een kind dat hoognodig een aantal weken
'naar buiten' zou moeten. Het kind was zwak en 'verpieterde' (dit
laatste heeft niets met mijn voornaam te maken!) in de stad en zou onder
goede begeleiding, goed eten en de nodige rust in de frisse buitenlucht
weer wat op krachten kunnen komen. De financiën ontbraken echter. Hij
stelde voor om hier iets aan te doen. Iedereen was dezelfde mening
toegedaan en er werd besloten om iedere week een klein bedrag per
persoon bij te dragen voor het vormen van een fonds. Uit dit fonds
zouden dan kinderen in bovenstaande gevallen kunnen worden uitgezonden
naar verpleegtehuizen. Behalve de vaste bijdragen per persoon,
collecteerde men ook in de trein.
Een gegeven moment was het toch wenselijk om enige vorm te geven aan het
nobele streven.
De vereniging
Op 1 oktober 1903 werd in Amsterdam opgericht een 'Vereeniging tot
uitzending en verpleging van ziek- zwakke- en prae-tuberculeuse
Kinderen', onder de kernspreuk 'Trein 8.28 H.IJ.S.M.'. De eerste
Koninklijke
goedkeuring werd in 1905 verkregen. Door vermoedelijk wijzigingen in de
statuten kreeg men opnieuw Koninklijke goedkeuring in de jaren 1908,
1910, 1922 en 1924.
De vereniging werd gevestigd aan de Stadhouderskade te Amsterdam. Men
verplichtte zich uitsluitend kinderen van 'mingegoeden' te helpen.
Hieronder werden verstaan gezinnen met n kind beneden de 14 jaar en
een wekelijks inkomen van ten hoogste fl. 15,00; die met twee kinderen
beneden de 14 jaar en een inkomen van ten hoogste fl. 17,00. De tabel gaat
zo nog een eindje door om te besluiten met gezinnen met zes kinderen
beneden de genoemde leeftijd en een wekelijks inkomen van ten hoogste
fl. 30,00. Tot 1921 werd er geen bijdrage van de ouders gevraagd. De
overheid besloot echter in dat jaar dat de ouders een bijdrage naar
draagkracht moesten leveren.
Men kon ook lid worden voor een bedrag van een dubbeltje per week, dus
fl. 5,20 per jaar. Sinds de oprichting tot 1960 is deze bijdrage niet
verhoogd!
Onderbrengen van de kinderen
De kinderen werden gedurende de eerste jaren uitbesteed bij
verschillende, bestaande tehuizen. Dit waren 'Heidelust' te Hilversum en
'Bethanië' te Zeist.
Op 8 mei 1911 opende het bestuur het eerste eigen gebouw te Soest, 'De
Nieuwe Weg' geheten met een capaciteit van 40 bedden.
Gedurende de eerste wereldoorlog, 1914 tot 1918, werd er niet uitgebreid
Op 25 oktober 1924 werd het tweede tehuis, 'Vossenveld' te Soest,
geopend. Het tehuis had een capaciteit van 45 bedden. Na de oorlog
bevond 'Vossenveld' zich in een zeer slechte toestand. Het kon eerst na
een lange periode van restauratiewerkzaamheden in 1950 weer in gebruik
worden genomen. Door onderbezetting was het niet mogelijk het tehuis
verder te exploiteren. Het 'Stads- en Academische Ziekenhuis' te Utrecht
besloot 'Vossenveld' te huren. Het tehuis werd bestemd voor
kinderpsychiatrie en werd hiervoor op 1 januari 1969 in gebruik genomen.
Op 2 mei 1925 kon men in Petten het niet meer in gebruik zijnde
Gemeenelandshuis betrekken en openen. Er moest eerst een grote verbouwing
plaats vinden. Keuken, slaapzalen, wasgelegenheden en kamers voor het
personeel werden gerealiseerd. Tevens werd een halfopen serre gebouwd om
de kinderen in de open lucht te laten rusten.
In 1943 werd het gebouw, op last van de Duitse bezetters, afgebroken. Op
10 februari 1934 werd het tehuis in het Korfwater geopend. Speciaal voor
kleuters onder de 6 jaren. Het huis had een capaciteit van 60 bedden.
De oudere kinderen bleven nog in het Gemeenelandshuis en de jongste
kinderen werden opgenomen in het nieuwe tehuis.
Het kleuterhuis te Petten werd vernoemd naar Zr. A. Reineke. Zij was
directrice van de vier kleuterhuizen en zij had een groot aandeel in het
perfectioneren van de administratie. Dit laatste betrof dus de
kleuterhuizen. Vlak vóór de tweede wereldoorlog bezat de vereniging zes
tehuizen.
Grote veranderingen
Door verandering in de sociale- en medische wereld veranderde ook het
streven van de vereniging. De 'bleekneusjes' verdwenen en dientengevolge
werd het tehuis 'Nieuwe Weg' op 31 december 1957 gesloten. Dit tehuis
werd in eerste instantie verhuurd en in 1966 verkocht.
Na 1969 was
alleen het kleuterhuis te Petten nog in exploitatie. Het bleek echter
dat het tehuis nodig gemoderniseerd moest worden. Reeds in 1967 werd
opdracht gegeven hiertoe over te gaan. Deze modernisering kon in 1969
worden afgesloten.
Het bestuur heeft alles in het werk gesteld om onderbezetting te
voorkomen. In de zomermaanden was het aantal kinderen naar tevredenheid
maar gedurende de wintermaanden waren er veel te weinig. Het huis is
tenslotte in 1974 afgestoten en in gebruik genomen door een Evangelisch
Centrum.
Nu heeft de vereniging geen tehuizen meer in exploitatie en wordt alleen
het kapitaal nog beheerd en gebruikt, in de vorm van subsidies, voor
activiteiten in binnen- en buitenland speciaal voor kinderen.
Wat meer over de tehuizen in Petten
In het Gemeenelandshuis vergaderde het bestuur van het Hoogheemraadschap.
In het gebouw werden regelmatig vergaderingen van dit bestuur gehouden.
Doordat de vergaderingen meestal 'uitliepen!', bleven de bestuursleden
vaak overnachten. Hiertoe waren overnachtingsmogelijkheden, stallen voor
de paarden en een koetshuis. De vergaderingen werden voorzien van een
goede maaltijd en rijkelijk overgoten met wijn. Het gezegde (niet van
mij) deed de ronde dat je de zee kon dempen met de kurken van de
flessen!
Bij de laatste verhoging van de Hondsbosse- en Pettemer Zeewering
werden, zonder er enige aandacht aan te schenken, een paar waterputten
dichtgegooid. In de verplaatste grond rond de plaats van het voormalige
huis heb ik ontelbare scherven van wijnflessen gevonden. Ik vond ook een
bruin aardewerk bord met geel 'ringelwerk' en een tegeltje. 'Ringelwerk'
was een speciale manier van aanbrengen van versiering. Ik heb beiden aan
de heer P. Breed gegeven, omdat ik vond dat de voorwerpen bij het
Hoogheemraadschap thuis hoorden. Dit allemaal even ter zijde.
Het huis verbrandde in 1904, werd opnieuw opgebouwd en in 1905 weer
geopend.
Een nieuw gebouw
In december 1932 werden de bouwtekeningen voor een nieuw gebouw
ingediend en vergunning aangevraagd bij de gemeente Zijpe. De tekeningen
werden goedgekeurd en 11 januari 1933 werd de gemeentelijke vergunning
verleend. De uitvoering van de bouw vond plaats door aannemingsbedrijf
Stolk uit IJmuiden. Het gebouw verrees op een stuk grond in het
Corfwater. De grond werd vermoedelijk van de Domeinen. De totale
bouwkosten bedroegen ca. 67.000 gulden.
Een mooi, solide gebouw verrees en werd in februari 1934 geopend. Tevens
werd in opdracht van de vereniging 'Trein 8.28 H.IJ.S.M.' een
arbeiderswoning gebouwd. Deze stond aan de noordrand van het terrein en
werd gebouwd door de 'dorpsaannemer' Engel Roozing.
Deze woning was bestemd voor de onderhoudsman. De eerste die deze
functie vervulde was Ben Ktterink. Zijn opvolger was Nic. Zwakman.
Beiden zijn overleden.
Het ophalen van de kleuters
De 60 kinderen werden opgedeeld over 5
groepen. In elke groep zaten dus 12 kleuters. Elke groep had een
groepshoofd.
Na een bepaalde verblijfsperiode moest er 'gewisseld' worden. Kinderen
van wie het verblijf erop zat moesten worden weggebracht naar hun
diverse ouders. De eigen 'kleuterbus' haalde ze op en bracht ze naar
Amsterdam.
De nieuwe kinderen moesten dan na enige dagen worden
opgehaald. Dit gebeurde door de vijf groepshoofden. De vijf dames gingen
dan naar Alkmaar en verder per trein naar Amsterdam. Vanaf het station
werden ze opgehaald en gebracht naar het kantoor van de vereniging aan
de Stadhouderskade. Hier waren de zestig 'nieuwe' kinderen al aanwezig
en toegewezen aan de diverse groepshoofden. Vervolgens reisden
groepshoofden en kinderen weer per bus naar Petten.
Nasleep...
Vanaf het begin veroorzaakten de kleuterverzorgsters bij de manlijke
Pettenaren een grote onrust! Het kon niet uitblijven dat vele,
hoofdzakelijk nachtelijke, escapades rond het tehuis plaats vonden! Er
heerste echter een streng regiem. Al kreeg een meisje vaste verkering,
de jongeman mocht niet binnen het hek komen!
Huwelijken konden niet uitblijven. Diverse vonden er plaats! Ik heb er
een zestal kunnen achterhalen. Het zijn: Bets Topman, Mieke Koning,
Marjo Snip, Hiske de Graaff, Marina Brouwer en Anja Geensen.
Tenslotte
vind ik het leuk om nog een gedeelte uit een verslag in 'De Groene
Amsterdammer' no. 2502 uit 1925 te vermelden.
"Petten. Zoo'n plaatsje, waar een mensch 'natuurlijk' nooit komt. Toch klinkt de naam bekend... er doemen schoolherinneringen op, o ja, Petten, de Hondsbossche zeewering, het eenige plekje aan onze kust, waar ons lieve land, 'ontworsteld aan de baren' de natuurlijke bescherming der duinen miste en daarom staat er een dijk, een geweldige dijk en die dijk is eigenlijk Petten, want het handjevol huizen dat daar achter en onder en tegen den dijk aan hurkt, is er stellig alleen ter wille van den dijk. Daar wonen de werkers, die waken en de wakers, die werken om het alles veilig en welbewaard te houden. En dan staat er, boven alles uit, een breed en stevig huis, zijn kloeke front naar den hoogen, groenen dijkrug gekeerd, solide en welbewust. Het is een huis met een gevelsteen en een inscriptie, die niet zoo een twee, drie te ontcijferen valt, want er staat veel op. Die steen blijft er, ofschoon het huis van bestemming verandert, grondig verandert, want in plaats van eerwaarde dijkgraven, die er de ernstige hoofden bijeen staken in gewichtig overleg hoe 't best de zee te bestrijden, zal het gemeenlandshuis in de toekomst vol zijn van jong leven, dat gezondheid en kracht komt zoeken en die ongetwijfeld vinden zal, indien voldoende levensvatbaarheid voorhanden is. En het groote huis zal schallen van jonge stemmen en het stille wonder zal er omgaan van genezing, groei en bloei en het zal zijn als een dubbele lente."
Met dank aan mevrouw J. de Groot-Wenting van de vereniging 'Trein 8.28 H.IJ.S.M.' voor de door haar beschikbaar gestelde gegevens.
|
Oproep:
Wie heeft als kind, stagiaire, of als medewerker/ster in het Kleuterhuis te Petten gewerkt? Laat ons uw positieve en/of negatieve herinneringen weten via ons e-mail adres: info@zijpermuseum.nl |