Gemeentewapen: de Zijpe [logo Zijper Museum] [logo Geregistreerd Museum]

navigatiebalk
Homepage --> Uit de geschiedenis van de Zijpe --> Kleuterhuis Petten --> Reacties

Is uw e-mail adres nog juist?
Van enkele onderstaande personen die gereageerd hebben is het e-mail adres afgelopen jaren gewijzigd.
Gaarne een gewijzigd e-mail adres direct doorgeven aan vannes@zijpermuseum.nl

Contactpersoon Zijper Museum 'Kleuterhuis' Petten en initiatiefnemer van deze webpagina's:
Gerard van Nes


Ansichtkaarten
Ansichtkaarten-2

Foto boek Bets Topman (ca. 1930)
Briefkaarten van Reina Poelsma (voorjaar 1956)
Foto's Trudy Hoogenboom (zomer 1957)


Stageverslag van Annie Pak (in pdf, 42 Mb; begin 1957)
Stagefoto's Annie Pak (begin 1957)
Stagefoto's Joke Deelstra (1959/1960)

Stagefoto's uit de periode aug. 63 - jul. 65
Stagefoto's uit de periode sep. 66 - sep. 67
Stagefoto's uit de periode aug. 67 - aug. 68
Stagefoto's uit de periode jul. 68 - jul. 69

Reacties van oud-bewoners van het 'Het Kleuterhuis' te Petten

Het Zijper Museum is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de reacties.

17 april 2018 (58)

Als klein meisje van drie/vier jaar verbleef ik er drie maanden. Het was ergens tussen 1958 en 1960. Mijn ouders kwamen slechts eenmaal op bezoek. De nonnen waren lief. Ze konden prachtig zingen. Na drie maanden ging ik naar huis terug. Ik was een paar kilo aan gekomen en bij terugkeer was ik binnen twee weken op het oude gewicht. Tja.....
Mede door deze en andere jeugdgebeurtenissen werd ikzelf (jeugd) hulpverlener. De liefde van de nonnen voelde oprecht en ik herinner mij alleen liefdevolle aandacht.

Abeltje Boerstra

15 april 2018 (57)

In het najaar van 1969 heb ik als NXX student (Zetten) stage gelopen in het Kleuterhuis.
Ik vond het leuk werk, maar had last van de nachten. Ik moest af en toe de hele nacht waken. Ik was 19 jaar en dan behalve het waken ook strijken op zo’n strijkmachine.
Ik heb er veel geleerd!

Rosemarie Meijer

19 februari 2018 (56)

Ik zelf heb 3 maanden in Petten (Kleuterhuis) gezeten. Dat was in 1956. Ik was toen 5 jaar.
Zelf denk ik dat deze ervaring op latere leeftijd voor mij niet gunstig is geweest. Ik heb nooit een goede binding gehad met mijn ouders en broers erg afstandelijk. Zelf denk ik dat dit komt door de lange periode van 3 maanden in Petten. Ik heb in die tijd ook mijn ouders 3 maanden niet gezien. Voor een kind van 5 jaar is dit traumatisch. Verder was de tijd die ik daar doorbracht goed. Vooral de zee en de bezoeken aan het strand vond ik geweldig.
Ik vind het fantastisch dat over Petten een site bestaat.
Mijn wens is om daar een keer heen te gaan. De afstand is wel een probleem. Ik zelf kom uit Twente.

Meindert Greevink

25 januari 2017 (55)

Ik was vier jaar toen ik daar in 1966 ook zat, ben geboren in 1962.
Mijn herinneringen zijn de slaapzaal, en het vieze lammetjespap, of het bruine brood met marmelade, en een snee in 16 blokjes gesneden en verplicht meer dan 20 maal kauwen per blokje. Ik herinner nog ons stranduitje, dat we dan de aangespoelde spulletjes uit Engeland zagen aangespoeld worden.
In mijn optiek geen fijne tijd gehad, maar ja het was niet anders.

Jan van den Brink

22 september 2016 (54)

Klik op afbeelding
om deze te vergroten

Ook ik zat als klein kind in Petten. Door de huisarts geadviseerd om mij naar Petten te laten gaan. Ik had al van af mijn 3e jaar astma, en was daardoor verzwakt, om aan te sterken werd het dus Petten. Ik heb daar in september en oktober 1958 gezeten.
Door reacties van mensen die daar ook hebben gezeten, kwamen er weer wat herinneringen boven. O.a. het wandelen en spelen door de duinen en strand, wat ik erg leuk vond. Ik kan me nog voor de geest halen welk bedje ik sliep, waar ik aan tafel zat om te eten en spelen, het badderen en wegen. Ook denk ik aan het spelen op het gras, waar zo'n klimrek stond, daar klommen we altijd in als die twee schapen daar rondliepen. De meeste kindjes waren daar bang van, ik ook.
Namen weet ik niet meer, ik las wel over iemand die had het over een Jappie, en toen dacht ik he, dat klinkt bekend, misschien onthouden omdat het een aparte naam was. Al met al heb ik geen negatieve herinneringen eraan.
Toch ook nog een leuke herinnering is dat ik 18 oktober 1958 6 jaar werd in Petten. Van thuis kreeg ik een pakje met leuke kadootjes. In het pakje zat ook een zakje met toverballen, om uit te delen. Dat was wat, we hebben daar veel plezier van gehad, elke keer een andere kleur
Toch nog een negatieve herinnering.
Ik weet nog dat wij in een badjasje voor een dokter moesten verschijnen. Allemaal netjes in een rij. Als we aan de beurt waren bij de dokter, moesten we hett badjasje open doen. Wat ik toen erg raar vond, want je was naakt. Nu denk ik, waarschijnlijk was die man een pedofiel.
Meer herinneringen heb ik niet meer.

Annemiek Glavimans Croese

28 mei 2016 (53)

Ook ik verbleef rond 1962 als 5-6 jarig meisje in het "herstellingsoord". Het was eerst de bedoeling dat ik er voor 6 weken naar toe ging maar ik ben er uiteindelijk 9 weken geweest.
Ik had absoluut geen goede band met mijn moeder en dat was waarschijnlijk ook de reden dat ik thuis niet wilde eten. In tegenstelling tot veel andere medebewoners heb ik er wel goede herinneringen aan. Ik was er heel graag.
Na 6 weken kwam mijn moeder me weer ophalen en ik mocht (gelukkig) niet mee naar huis omdat ik nog niet genoeg at en aangesterkt was. Ik kan me nog herinneren dat ik boven aan de trap stond toen mijn moeder binnenstapte en ik eigenlijk meteen de neiging had me te verstoppen omdat ik niet met haar mee naar huis wilde. Ik had het enorm naar mijn zin met al die andere kinderen. Mijn moeder ging weer naar huis en ik had er 3 weken 'bij' gekregen. Wat was ik gelukkig dat ik nog mocht blijven.
Na deze 3 weken moest ik dan wel met mijn moeder mee en ik herinner me nog wel dat ik erg gehuild heb dat ik met haar mee moest. In het begin wilde ik thuis wel eten maar hoe ouder ik werd hoe slechter de band met mijn moeder. Ik ging weer minder eten en uiteindelijk toen ik een jaar of 10 was wilde de huisarts mij nog een keer naar een instelling doen maar daar wilde mijn moeder absoluut niets van weten. Dan was ik naar De Krabbenbossen gegaan in de omgeving van Breda. Ik vond het verschrikkelijk jammer dat ik van mijn moeder niet meer weg mocht.
Op dit moment ben ik mijn eigen biografie aan het schrijven en ik mis foto's van het herstellingsoord die ik eventueel kan gebruiken in mijn biografie.

Anja Blommers

19 febtruari 2016 (52)

Ook ik, Maja Ella Siewertsen heb in het kleuterhuis in Petten gezeten In 1961, ik was 5 jaar vanuit Utrecht, niet lang want ik had heimwee ik en ik kwam niet aan! Ik weet wel dat we een boekje thuis kregen van wat er allemaal ging gebeuren en hoe, kan jammer genoeg het boekje niet meer vinden! Maar ik vond het een traumatische ervaring, ik ben er een paar jaar geleden nog wezen kijken, er zat wat anders in, maar ik mocht even binnen kijken, het eerste aanzicht benauwde me al, de stenen trap naar boven ik weet nog dat we daar met palmpasen met onze palmpasenstokken naar beneden kwamen, en toen stond me moeder daar, weer wegen, nee weer niet aangekomen, dus niet mee naar huis :(
Ik heb ook een kijkje genomen van de slaapzalen, en jawel had mijn slaapplek gevonden het halve maantje!! Alle afbeeldingen zaten nog op de muren! Alles kwam weer naar boven toen ik in dat huis stond! Ik herinner me de eerste dag, ik kwam in een groep met oudere kinderen ik voelde me echt alleen gelaten, kon de wc niet vinden en werd geholpen door een van de oudere kinderen, maar te laat :(
De uitstapjes in de duinen, en het eten en sinaasappels met dikke vellen, die je niet weg kon krijgen er werd me geleerd door de oudere dat ik die vellen, uit moest spugen en in mijn zak moest stoppen en vervolgens naar de wc gaan en ze door moest spoelen. Ja dit was mijn verhaal met wat ik me nog herinner aan die vreselijke tijd!

Maja Ella Siewertsen

1 september 2015 (51)

Mijn naam is Wijnand Buckert en ben geboren op 24 december 1941 te Amsterdam. Na het bombardement van 1943 op Rotterdam waar wij toen woonden, kwam ons gezin min of meer berooid terug naar Amsterdam, waar wij noodgedwongen gingen inwonen bij mijn grootouders in Amsterdam-West. Tijdens de strenge hongerwinter van 1944/45 werd ik opgenomen in het toenmalige Wilhelmina Gasthuis te Amsterdam met een ernstige nierontsteking, die circa een half jaar heeft geduurd.
Het bovenstaande schrijf ik om te laten zien in welke omstandigheden mijn jonge leven startte. De vakantiekolonie in Petten is altijd een belangrijke jeugdherinnering gebleven. Immers dit was de eerste keer dat ik met 'vakantie' ging. Voor zover ik mij herinner zal ik 6/7 jaar zijn geweest (1947/48) toen ik naar de vakantiekolonie in Petten werd 'gestuurd'. De huisarts had daar dacht ik ook nog een stem in, om te beoordelen of je op grond van je lichamelijke gesteldheid voor uitzending in aanmerking kwam. De reis naar Petten begon aan de voorzijde van het Centraal Station in Amsterdam. Daar stond een bus klaar voor het vervoer.
In het vakantiehuis aangekomen werden we verdeeld over verschillende zalen waar we met meerdere kinderen verbleven. We sliepen in ijzeren bedden. In hoeverre we ook nog extra kleren van het tehuis kregen, kan ik mij niet meer herinneren, maar ik vermoed van wel. Gedurende de 5/6 weken die we daar doorbrachten, was er immers geen tussentijds vertrek naar huis of bezoek van de
Al snel werd ons geleerd wat de huisregels over rust, reinheid en regelmaat voor ons betekenden. Voor het slapen gaan moesten onze kleren netjes op de stoel naast het bed worden gelegd, waarbij de sokken in een rolletje werden opgevouwen (mijn ouders wisten niet wat zij zagen toen ik weer thuis was en alles zo keurig weglegde). Water drinken was min of meer verboden, omdat melk en andere voeding voorrang hadden.
Ik weet nog dat toen ik na het verblijf thuis kwam, ik onmiddellijk vele glazen water heb gedronken. Wat we overdag precies deden weet ik niet goed meer. We zullen ongetwijfeld ook wat uurtjes hebben gerust, maar we gingen in elk geval wel naar het strand dat vlakbij lag. In optocht, hand in hand en met zonnehoeden op, liepen we daar heen en speelden onder toezicht van de zusters in het zand en het water. De zomer van dat jaar was warm en zonnig. Mijn ouders gingen ervan uit dat ik bruinverbrand terug zou komen. Maar dat was niet zo. Ik was nog net zo bleek als toen ik er naar toe ging, vanwege de beschermende kleding en hoeden. Mijn herinneringen zijn in de loop der jaren natuurlijk vervaagd, maar toch heeft mijn verblijf in de vakantiekolonie altijd een bijzondere indruk achter gelaten, die ik nog steeds koester.
Mijn toendertijd matige gezondheid heeft een flinke oppepper gekregen, waarvoor ik het tehuis en de organisatie erachter altijd dankbaar zal zijn. Ik hoop dat mijn herinneringen aan het tehuis zullen bijdragen aan het in stand houden van de geschiedenis van de vakantiekolonie in Petten.

Wijnand Buckert

25 januari 2015 (50)

Ik heb in 1970 in het huis gezeten. Herken veel in de verhalen die geschreven zijn. Zag foto's van de wastafels en lange rijen voor de weegschaal. Het bezorgde me een schrikbeeld en angst. De pap en de vieze pudding bezorgen me nog steeds rillingen. Je zorgde wel geruisloos dat je alles in een keer opat anders had je een probleem.
De eenzaamheid als kind van vijf dat je zomaar gedumpt werd Het heeft op mij wel doorgewerkt op mijn karakter. Iemand schreef waarschijnlijk ben ik daardoor een azijnpisser geworden en dat geld voor mij ook.
Ik herken Jacqueline. Ze huilde alleen maar Ik vond het zo zielig. Na lang aanhouden ging ze eindelijk ja of nee schudden. Ze mocht mijn pop bij haar hebben als troost.
Eenmaal thuis gekomen na 2 en half maand werd alles dood gezwegen alsof er niets gebeurt was.

Ventura Pijst

27 oktober 2014 (49)

Ik was rond begin oktober 1964 in het kindertehuis en moest daar een half jaar blijven om aan te sterken.
Mijn enigste broer was net verdronken en ik at niet meer zei mijn moeder.
Ik kan me alleen nog herinneren dat we smorgens naar het strand gingen met een rode kruiwagen.
En dat ik een keer per maand op zondag bezoek kreeg van mijn moeder en oma.
Doordat ik naar het kindertehuis moest heb ik die begrafenis van mijn broer niet meegemaakt.

Ria Kuilman (kwam uit Eindhoven)

1 augusus 2014 (48)

Ik heb zo rond 1972 ook een tijdje in dit kleuterhuis doorgebracht. Ik was toen 4 jaar oud. En hoewel dat nu 42 jaar geleden is, kan ik mij nog best veel voor de geest halen over die periode. En ik heb het zeker niet als slecht of negatief ervaren om daar als klein ventje een tijdje in dat huis te hebben verbleven.
Mijn gedachte gaan nog vaak terug naar die tijd, en ik heb stilletjes de wens om daar nog eens te gaan kijken. Ik kan mij zelfs de geur herinneren die daar in de sanitaire-ruimte te ruiken was. En in het nabij gelegen bos stond een bank die voor de reuzen bedoeld was, die gingen daar dan in de nachtelijke uren op zitten, aldus de kleuterleidsters. De "reuzenbank" bestond uit grote vierkante stenen die zo tot een groot bouwwerk waren gemetseld. Die blokken steen werden in de volksmond ook wel "kinderhoofden" genoemd. En dat was nou net het griezeligste aan dat hele "reuzenbank" verhaal. br> Ook zie ik nog voor me hoe boos ik werd op een meisje die toen mijn knuffelbeer onder haar arm had toen ze de gymzaal in kwam lopen. En ook zie ik nog voor me hoe de marine schepen in de verte op zee met schiet oefeningen bezig waren. Dat maakte de strandwandeling extra spannend.
Mijn vader heeft me eerder dan gepland weer opgehaald om naar huis te komen. Gewoon omdat hij en mijn moeder mij thuis zo hadden gemist.

Fred van Tienen

6 juli 2014 (47)

Ik heb in 1970 in Petten in het kindertehuis gezeten. Volgens mijn moeder praatte ik opeens niet meer en moest er voor 2 weken heen. Het werden er uiteindelijk 7. Mijn moeder moest moeite doen om me terug te krijgen.
Ik heb heel veel herinneringen van het tehuis en zie veel dingen nog voor me. Inmiddels ben ik 49 en snap niet dat ik dat allemaal nog zo goed weet. Ik woon in Den Helder en ben laatst wezen kijken in Petten. Het huis wordt gebruikt voor opvang van mensen uit Polen. Ik heb een rondleiding gehad en herkende veel dingen. Heel emotioneel.
Ik hoop dat er meer mensen zijn die in 1970 er hebben gezeten.

Jacqueline Haarsma

30 juni 2014 (46)

Ik ben daar zelf ook geplaatst (moet zo rond 1966 geweest zijn) vanuit Eindhoven.
Het was een traumatische ervaring waar mijn ouders nooit iets over hebben verteld, waarom, waneer, hoe lang en wat het doek was van deze kolonie.
Ik kan me enkel vieze griesmeel herinneren, verdriet, eenzaamheid, onbegrip (waarom ben ik hier) en de wil om naar huis te gaan. Ik denk dat deze ervaring me nog steeds parten speelt in mijn leven. Ik heb een enorm probleem met het vertrouwen van mensen maar tegelijkertijd een nog grotere wens om mensen te vertrouwen.

James Sharpe

29 april 2014 (45)

Ook ik Reina Poelsma toen ook misschien als Reina Otten de naam van mijn stiefvader heb in het Kleuterhuis gezeten in 1956 van februari tot juni. Ik weet net als alle anderen de Lammetjes Pap, en in onze pakjes (kleding) naar het strand.
Ik heb er nog briefkaarten van die mijn moeder iedere week kreeg.
Ik weet er niet veel meer van, maar zou het fijn vinden iets erover te horen.
De briefkaarten van Reina Poelsma gestuurd aan haar ouders (de blanco briefkaarten moesten de ouders eerst naar het kleuterhuis sturen!)

Reina Poelsma (Reina Otten)

31 maart 2014 (44)

Ook ik werd als bleekneus vanuit Utrecht naar Petten gestuurd om aan te sterken. Zal rond 1960 zijn geweest.
Vond dit verschrikkelijk en (gelukkig ) ik niet alleen, maar ook mijn moeder was hier niet blij mee.
Dat aansterken is helaas niet gelukt. De huisarts vond mij niet voldoende aangesterkt en adviseerde mijn moeder om mij voor 6 weken naar Petten terug te sturen. Gelukkig heeft zij er voor gekozen mij thuis te houden en alles is gelukkig goed gekomen.
Ik weet er niet echt veel van, alleen de lammetjespap heeft mij toen een licht trauma opgeleverd. De grote klonten hebben er mede voor gezorgd, dat ik met ongeveer hetzelfde gewicht thuis kwam.

H.A. (Herman) Lissenberg

6 februari 2014 (43)

Ik heb daar ws in 1962 gezeten. In de groep van juffrouw Elly. Een week of 6 met een impact van een jaar of 6. Wat een hel.
De vrolijke kinderkoppies op de foto’s kan ik me totaal niet mee vereenzelvigen. Ik kan me geen enkel leuk moment herinneren.
De slaapzalen, je mocht amper ademhalen (had ik toch al moeite mee), de gezamenlijke toiletrondes, gezamenlijk tandenpoetsen.
Het boekje ‘en na gebruik van het toilet, handjes wassen tot en met’. De verplichte stofkam. Niet mijn ouders, zusje, oma mogen zien. Het halve maantje boven mijn bed.
De strenge juff. Elly, het gemalen vlees, alle maaltijden die hetzelfde smaakten, de havermoutpap die ik echt niet lustte en dus weer een weg naar buiten zocht, de klappen in mijn gezicht ‘waarom deed je dat, waarom deed je dat, waarom deed je dat? Klap links op de wang, klap rechts op de wang en onder mijn kin. Ik kan er niets aan doen, maar ik haat juff. Elly voor de rest van mijn leven. Wat haar beweegreden is geweest om met zo’n groep kinderen te werken, de baas te spelen, ik kan er alleen maar naar raden.
Ik ben nu een grote man van 57 jaar (niet dankzij Petten, maar ondanks) maar als ik over mijn tijd in Petten praat begin ik te huilen als een klein kind.
Ik vond het de hel op aarde, met allemaal van die rare pakkies aan, rupsen verzamelen die ’s nachts uit de doosjes waren gekropen en letterlijk overal tussen/in gekropen waren.
Petten, voor mij het onuitwisbaar verdriet van mijn jeugd.

Hans Lubbers

9 mei 2013 (42)

Ook ik ben begin vijftiger jaren als kleuter In het koloniehuis in Petten geweest. Twaalf weken. Ik herinner me een palmpasen- of en lampionnentocht, maar dat is de enige leuke herinnering.
Verder herinner ik me het dessertlepeltje met een diertje er op. Daar was iets speciaals mee, maar wat weet ik niet mee, daar blokkeert mijn geheugen.
Daarnaast zie ik de slaapzaal voor me, waar we allemaal op één zij moesten liggen, zodat we elkaar niet konden aankijken. We werden bang gemaakt, als je anders ging liggen werd je hart ziek en kon je niet meer naar huis.
Een andere herinnering is een kindje dat in bed geplast had en ’s morgens zelf het bed moest verschonen en naast de natte boel moest blijven staan tot alle andere kinderen dat gezien hadden en er langs gelopen waren.
Een andere, die me nog altijd achtervolgt is de eeuwige roomboterklont die ik overal bij moest opeten. Ik lust geen roomboter, zelfs als het in een cake of koekje zit, word ik er kotsmisselijk van.
Met dank aan het tehuis.
Maar de ergste is de pap en pudding, die ik sindsdien ook niet meer kan verdragen. Vier zusters waren op het laatst nodig om er een paar hapjes bij me in te krijgen. Twee om de armen, een om mijn benen vast te houden, de vierde kneep mijn neus dicht en stopte de lepel in mijn mond. Mijn neus werd dicht gehouden tot ik slikte. Zodra ze me loslieten kwam alles er weer uit, over de tafel heen. Ik weet dat ze erg boos werden, maar wat er daarna volgde is ook geblokkeerd. Ik kan geen pap en pudding ruiken of zien zonder te griezelen en misselijk te worden, eten is onmogelijk.
Ik ging voor zes weken, maar kwam niet aan en moest twaalf weken blijven. Uiteindelijk was ik 200 gram aangekomen in die twaalf weken en vond mijn vader het genoeg, nam me mee en liet me nooit meer gaan.

Marja (Hoffmann)-van Vonno

2 april 2013 (41)

Ik ben 2 paasdag in Petten geweest om te kijken of we het huis nog konden vinden. En ja het stond er nog.
Ik was toen 6-7 jaar dat ik in de zomer van 1958-1959 daar geweest ben.
Heb een fijne tijd gehad, ben daar ook nog ziek geweest had last van waterpokken. Werd heel lief verzorgd door de leiding, lag in de ziekenboeg mocht niet met andere kinderen in aanraking komen. Dat was niet leuk want van uit het raam, kon ik de kinderen naar het strand zien gaan. Heel veel leuke dingen gedaan, ook al had het geregend dan zaten we in een lange gang op de bankjes te handwerken of tekenen.

Annelies Offermans –Terhaar

31 maart 2013 (40)

Als vier-jarige kleuter heb ik 3 maanden in het kleuterkoloniehuis doorgebracht.
Veel herinneringen heb ik niet maar ik zou graag wat meer te weten komen van anderen die daar ook waren omstreeks 1936 al zullen dat er niet veel (meer) zijn.
Als Amsterdams kind in de jaren- dertig crisis heb ik er leren eten; ik herinner me het St. Maartenfeest, de spartaanse aanpak betreffende kleding, een soort strandpakjes die we tot ver in de herfst droegen. De discipline, de zusters, al dan niet vriendelijk, het heimwee naar huis, de wekelijkse controle of je "aangekomen" was, de enige bezoekdag van de ouders en de stichting "trein 8.28" die opdracht gaf om al je kleren te merken met een lintje achter in je hals.
Tot mijn stil verdriet waren voor mij zes weken niet genoeg en hoorde ik met nog een paar kinderen tot de z.g. "blijvers". Ik herinner me nog goed hoe we de gelukkigen die wel naar huis mochten na 6 weken, uitzwaaiden vanachter de ramen, die aan de buitenkant grote regendruppels vertoonden, overeenkomstig de tranen die over mijn wangen stroomden.
Dit is een "Oma-vertelt"-verhaal en als ik het aan mijn omgeving kwijt wil geloven ze me niet. Gelukkig bestaat er literatuur over deze periode waarin kinderen voor "hun gezondheid" uit de grote stad gehaald werden of ze er nou opknapten of niet.
Ik ben benieuwd of ik reakties krijg.

Inger de Rijk

13 september 2012 (39)

Na jaren getwijfeld te hebben, besluit ik nu om te reageren.
In 1960/61 heb ik 6 weken doorgebracht in Petten. De reden waarom ik daar heen moest had niets te maken met het "bleekneusjessyndroom" of een andere lichamelijke aandoening. Mijn ouders woonden in die tijd met 3 kinderen in een heel kleine flat en met name mijn moeder werd gek van mijn nachtelijk spoken, destruktieve gedrag en het feit, dat ik mij opgesloten voelde in de beperkte woonomgeving. De huisarts stelde vast, dat er sprake was van een flatneurose en schakelde een maatschappelijk werkster in. Er werd besloten om mij voor in ieder geval 3 weken uit huis te plaatsen en Petten leek hiervoor het meest geschikt.
Zo gezegd, zo gedaan: koffertje inpakken, naar het station van Eindhoven en daar stond een vrouw klaar om mij te begeleiden naar??? Als kind van 5-6 jaar realiseer je je niet alles, maar het feit, dat je met een wildvreemde mee op reis moet, boezemde wel angst in.
Het verblijf in het tehuis is, zoals ik veel lees, erg traumatisch geweest. Geen bezoek toegestaan van je ouders of andere familieleden, verplichte slaapmomenten en de plicht om niet opgegeten maaltijden de volgende dag alsnog te eten. Tot overmaat van ramp werd na een verblijf van 3 weken besloten om de "behandeling" met nog eens 3 weken te verlengen.
Samengevat heb ik deze periode als vreselijk ervaren en heeft het mij veel jaren gekost om hierover te kunnen/willen praten. Mijn moeder heeft voor haar dood alles nog uit kunnen leggen en verteld hoe zij alles ervaren heeft: de onmacht, het vertrouwen in de huisarts, haar verdriet enz. Met mijn vader heb ik het er nooit over kunnen hebben; hij zegt zich hier niets meer van te kunnen herinneren.
Ik zou graag kontakt willen met iemand die bij mij in de buurt woont (ik woon vlak bij Haarlem), dezelfde ervaringen heeft en ook de behoefte voelt om even terug te gaan naar die tijd.
U kunt mij bereiken via e-mail adres:

Nelleke van der Putten

21 augustus 2012 (38)

Zie ook de reacties 33 en 34.
Zijn er lijsten met namen van kinderverzorgsters uit de periode 1957, 1958?
Ik heb door toeval via het Zijper Museum kontakt gekregen met een jongetje met de naam Jappie. Ik kwam foto's tegen en deze zijn nu in zijn bezit. Veel kinderen en ouders hebben geen herinneringen aan die periode. Zo zie je maar, de wonderen zijn de wereld nog niet uit en toeval bestaat echt.
Ik heb foto s van personeel en ken enkele namen: Mevr. Rustvelt, zuster Raad, Trudie, Anneke Ank Gunnink, Ria, Hieke, Mevr. Zeelenberg. We zijn met het personeel naar de Keukenhof geweest. Dhr. Swakman was congierge naar ik meen.
Misschien komt er eens een reactie!
Zie ook: enkele foto's uit 1959/1960

Joke Adamse-Deelstra

11 augustus 2012 (37)

Ook ik heb ik Petten gezeten, in 1966 en was toen 5 jaar oud. Ik had roodvonk gehad. Heb daar leuke en minder leuke herinneringen aan. Ik werd opgehaald met een bus, mij was niet verteld waar ik naartoe ging, de bus reed weg en mijn moeder zwaaide; ik was in paniek dat ik alleen wegreed.
Aangekomen in Petten werd mij verteld dat ik er was om aan te sterken en als ik 5 kilo aangekomen was ik weer naar huis mocht.
Mijn bed vond ik vreselijk met die spijlen, het plaatje net het harlekijntje hoorde bij mij. Juf Roelien was mijn juf. Het eten was vreselijk, ik weet nog dat we een toetje hadden dat naar koffie smaakte en ik het echt niet lustte. Ik moest het eten en toen ik overgaf omdat ik het echt vies vond ik aan tafel moest blijven zitten en het weer opeten. En in mijn beleving aten we dat toetje heel vaak, en elke keer moest ik het opeten. De dag dat we pannenkoeken aten moesten we gewogen worden, we stonden in ons blootje in de kamer waar je gewogen werd vreselijk vond ik dat.
Mijn ouders stuurde wel eens een pakketje met lekkere dingen maar daar kreeg jezelf bijna niets van. Een snoepje en de rest ging weg.
6 weken moest ik eigenlijk blijven maar omdat ik niet genoeg aangekomen was moest ik 3 weken langer blijven. Mijn vader en moeder mochten daarom een dagje komen. We zijn toen naar het strand geweest en heb ze alle plekjes laten zien waar we naartoe gingen als we buiten waren. De reuzenbank zoals juf Roelien dat noemde en er een mooi verhaal over had dat de reuzen en kabouters daar in de avond kwamen om feest te vieren. Maar het verdriet wat ik had toen ze 's avonds weer weg gingen was onbeschrijfelijk.
De geur van desinfecteringsmiddelen en het was er koud, ik was er in februari, maart.
Als ik wel eens aan iemand vertel hoe ik het daar gehad heb en het verhaal over het eten vertel dat we dat weer moesten opeten als we overgegeven hadden zeggen ze dat kan niet. Dacht dan zal ik het zo verkeerd hebben dan, maar ik heb nu in andere verhalen gelezen dat hun het zelfde ervaren hebben.
Het is iets wat je je hele leven bij blijft.

Anne-Marie Meijn

17 juli 2012 (36)

Met opruimen kwam ik het stageboekje (november 1956 - juli 1957) van mijn moeder (Annie Pak, geboren te Kamerik) tegen. Zij heeft in de jaren 50 stage gelopen in het Kleuterhuis van Petten. In het boekje staat zeer gedetailleerd de dagindeling beschreven, de handelingen, plattegronden en foto's, vooral van kleuters. Ook commentaar van de leiding. Bestaat er belangstelling voor? Of hebben jullie al veel van dit soort materiaal?

3 augustus 2012
Mijn moeder vond het erg leuk te horen dat er belangstelling voor het boekje is. Ze schenkt het graag aan het museum. Alles mag openbaar worden! Wel hadden we een verzoek. Wilt u in ieder geval de conclusie aan het eind op de site zetten? Wie weet helpt het mensen, die er min of meer een trauma hebben gekregen, als ze dit lezen, zich te realiseren dat er wel degelijk met liefde gewerkt werd.

Note redactie:
Zie voor het stageboekje:
     www.zijpermuseum.nl/cgi-bin/objecten.pl?ident=4879
Voor de inhoud van het stageverslag en de foto's zie de weblinks bovenaan-rechts op deze webpagina.

Els Hidding

18 juni 2012 (35)

Ik kreeg een e-mail van iemand uit Zijpe omtrent het "vakantiehuis" Petten. Ik zelf, Peter Heemskerk geboren op 28 november 1941 te Amsterdam en nu woonachtend Belkmerweg in Sint Maartensvlotbrug, ben 2x uitgezonden om als Amsterdams bleekneusje aan te sterken, namelijk 6 weken in juli 1945 en 6 weken in juni 1946.
Wanneer ik langs de Hondsbosse Zeewering loop en ik zie het tehuis moet ik daar nog steeds aan denken. Ik heb dit niet als prettig ervaren. Wij als bleekneusjes werden naar Petten gebracht om aan te sterken en te genieten van de gezonde zeelucht. Wij waren in Amsterdam niets gewend en hadden in de oorlog slecht te eten gehad suiikerbieten en tulpenbollen o.a. Het was echt geen vetpot. En nu kregen wij eten dat eigenlijk voor ons veel te zwaar was. En het was met alle goede bedoelingen maar veel te vet voor ons. Het gevolg hiervan was dan ook dat veel van onze Amsterdammertjes het te vette eten niet verdragen konden en het eten er weer uit kwam. Dit tot ongenoegen van het personeel en degene die het eten eruit gewerkt hadden moesten de kots weer opeten.
Bij mij en mijn tweelingzusje die ook 2x uitgezonden was, is dit gelukkig niet gebeurd. Maar de angst zat er behoorlijk in. Toen ik ziek werd en griep kreeg en ik moest overgeven heb ik ook moord en brand geschreeuwd. Gelukkig was er een verzorgster die mij getroost heeft en zei "neen jij bent echt ziek". Ik behoefde dus niet mijn kots op te eten.
Ook zag ik de foto van de wasbakken en hier stonden wij vrijdags piemelnaakt in rijen, de jongens aan de ene kant en de meisjes aan de andere kant hier werden wij dan gewassen. Maar wanneer er iemand in de wasbak geplast had werd het water niet meteen verschoond, maar werden wij rustig gewassen in de urine van anderen.
Na 6 weken mochten wij weer naar huis. Maar wij waren nog niet genoeg aangesterkt en konden weer voor 6 weken naar Petten. Een ding is positief geweest. Ïk heb mijn schoenveters leren strikken. Maar misschien niet goed genoeg want ik heb er nog steeds problemen mee.
Ook kan ik mij nog wel herinneren dat er een verzorgster was die een vriend had en wanneer zij zondags moest werken en haar vriend kwam, dan gingen wij naar het strand. Geweldig vonden wij dit.
Toen wij na deze tweede 6 weken thuis kwamen zeiden wij "nooit meer naar Petten" en nu woon ik hier met mijn vrouw en onze kinderen en willen wij nooit maar weg.

Peter Heemskerk

21 augustus 2011 (34)

Als kind ben ik van 6 juli t/m 29 september 1960 verpleegd in het kleuterhuis in Petten. Reden hiervoor was mijn astmatische bronchitis en het feit dat ik tweemaal kort achter elkaar een longontsteking had gehad. Ik ben geboren op 30 april 1955, en dus 5 jaar toen ik daar was en heb weinig herinneringen uit die periode. Ik ben, door een verpleegster begeleid, per trein vanuit Drachten naar Petten gereisd. Op de heenreis vanuit het ziekenhuis waar ik voor behandeling lag.
Op uw reactiepagina zag ik de bijgevoegde reactie van Joke Adamse-Deelstra:

28 mei 2011 (33)
...
...
Joke Adamse-Deelstra
Zij geeft aan op zoek te zijn naar een Jelle of Jappie uit Drachten en nu denk ik de Jappie (ik woonde destijds in Drachten) te zijn die in haar groep zat. Kunt u er voor zorgen dat mijn adresgegevens aan haar worden doorgegeven?
Ik heb nog een tweezijdig getypt A4 met daarop mijn naam, aankomst/vergtrek lengte en gewicht, en de leefregels kleuterhuis Petten (bijgevoegd in bijlage). Er staat een V op aangegeven wellicht groep vijf.
Zoals al aangegeven heb ik nauwelijks herinneringen uit die periode. Vaag herinner ik me dat er op het strand werd gewandeld en dat daar ook een keer een ritje op een ezel mogelijk was. Verder algemene zaken van orde en netheid zoals zelf je kleren netjes op een stapeltje vouwen voor het naar bed gaan. Als fries jongetje sprak ik geen of nauwelijks Hollands, maar naar de 3 maanden in Petten kwam ik als een Hollander in Friesland terug. Graag zou ik wel iets meer over die periode willen weten. Ik hoop daar via het contact met Joke Adamse-Deelstra meer over te weten te komen.

Jappie Kuiper

28 mei 2011 (33)

In de jaren 1959-1960 heb ik stage gelopen in het kleuterhuis 8.28 in Petten. Dat was een fijne tijd.
Ik zoek eigenlijk een lijst waarop de kinderen zijn vermeld. Ik zoek n.l. een jongetje met de naam Jelle of Jappie. Hij kwam uit Drachten. Hij sprak fries en omdat ik ook fries sprak werd hij bij mij in de groep gezet. Ik heb nog wat foto's die hij misschien zou willen hebben maar ik weet zijn achternaam en adres niet. Zou iemand mij kunnen helpen?
Bekende namen van personen zijn o.a. mevr. Seelenberg, zuster Raad, Ank Gunnink, Anneke v.d. Kooi. De techniek was in handen van dhr Swakman. Naar ik meende dan nog een Trudy en Gerda en (ook uit Friesland) Hieke Fokkema.
Nu ik wacht op een reactie.
Zie ook: enkele foto's uit 1959/1960

Joke Adamse-Deelstra

21 november 2010 (32)

Herinneringen..., daarom ging ik zoeken en kwam op deze site uit! Ik heb er 4 maanden gewerkt als stagiare in 1964.
We kregen 80 gulden per maand , waarvan je ook je reiskosten moest betalen. Ik woonde in Leiden. Jammer genoeg had ik geen groep en werd je meteen in de keuken gezet en moest je als snel nachtdiensten alléén doen. Het was een kaal huis, de kinderen hadden niets voor zich zelf, ik kon mij voorstellen dat sommige kinderen thuis mistte. Er waren 55 kinderen verdeeld over 5 zalen, als je 1 zaal stil had, begon de laatste alweer boven op de bedden te staan, de dienst begon om 21.30 uur tot +7.30 uur. Je zat in een nis met een deken om je heen en een blik vruchtensap en misschien nog wat anders erbij. De was moest gedaan worden, en je moest soppen!
Er waren weleens insluipers, het vervelendse vond ik de kolenfornuizen vullen, 's-avonds laat moest je kolen scheppen beneden en de fornuizen vullen, er waren geen gordijnen en als je naar buiten keek, keek je in een zwartgat. Om 7.00 uur; thee zetten voor de directrice, met een beschuitje , dat moest dan gebracht worden, meestal sloegen de klapdeuren tegen het blad, gevolg een voetbad en thee over het hele blad, je was ook een beetje zenuwachtig, zij was de directrice! Ik was 17 jaar en in die tijd erg jong en onervaren. Daarna moest je het personeel wakker maken,tafels dekken voor het personeel en de kinderen laten plassen en dan zelf naar bed. Ik had heimwee, (toen wist ik dat niet) had ook niet zoveel te doen, als toeschouwer van de kinderjuf. In de broodkeuken moest je hard werken en vergat ik mijn heimwee. Met de kinderen lopen in de duinen of bos of strand vond ik prachtig, verder was Petten een gat en was er niet veel te doen.
Het eten was voor ons het zelfde als wat de kinderen kregen, eind van de week was de soep een maaltijdsoep en het het eten wat over was kreeg je als warme prak op je brood. Het was niet slecht! Bij de koffie kreeg je een geroosterd kapje met margarine en bruine suiker,ik dacht wel hier wen ik nooit aan, maar op het laatst vond je alles lekker. Omdat ik niet veel trek had, at ik bastognekoeken op mijn kamer en speelde piano in de hal, 's-avonds. Mijn vader belde ik elke keer op zijn werk in Amsterdam, die kwam dan met mij praten, ik mocht ook niet meer bellen van de directrice, maar stiekum ging ik naar het restaurant in het dorp om te bellen, mijn vader heeft heel wat ritjes gemaakt van Amsterdam naar Petten en dan naar Leiden. Ik had een kamergenoot, ze heette Janneke dat vond ik reuze fijn want ik ben één van een tweeling en was gewend nooit alleen te zijn. Maar jammer genoeg kreeg Janneke geelzucht en moest ze naar huis in Groningen, ik heb haar wel kaartjes gestuurd maar nooit meer gesproken of gezien. We keken vanuit de kamer richting zee, maar als er harde wind was of regen werd je voeteneinde nat, het lekte als een rietje.
De tijd in Petten,....had ik mij anders voorgesteld!
Als iemand mij een bastogne koek geef denk ik altijd aan Petten. Voor de Kerst heeft mijn vader mij daar weggehaald ik was zo afgevallen, dat het niet goed was voor mijn gezondheid.
Na een paar maanden ben ik gaan werken in een medisch kleuterdag verblijf en had meteen een groep en vooral prima naar mijn zin. Later heb ik het huis nog bezocht, maar toen was het geen kinderhuis meer.
Het liefst zou ik Janneke nog eens willen zien en spreken, ze had een vriend bij de politie en is dacht ik naar een van de eilanden vertrokken. (achternaam weet ik niet meer).
Herinneringen voor altijd opgeslagen!

Olga den Outer- Lijbers

22 januari 2010 (31)

Ik heb er niet gewerkt maar wel gewoond in de jaren 1962/1963 ongeveer 6 weken. Herinner mij iets van een juffrouw. Ik geloof met rode haren. De zee was bevroren in die tijd en we kregen met sinterklaas of kerst, de jongens een stokpaardje en meisjes een wiegje. Ik was erg verdrietig want ik wilde ook een stokpaardje. Er hing ook een vreemde lucht van eten. Dat kan ik mij nog goed herinneren. Hoop dat deze juf nog iets herinnert.
Ik heb geen slechte herinneringen aan mijn verblijf daar. Tot mijn grote schrik bij het lezen van de berichten sommige kinderen wel. Ik weet ook nog dat ik een harlekijntje had als plaatje boven mijn bed en dat ik de juf met rode haren een schat vond. Mijn ouders herkende mij alleen niet meer volgens hun na mijn verblijf, wat ik nogal vreemd vind.

Carla Bandel (nu Kouwen)

22 december 2009 (30)

Ik was even aan het kijken op de site van het kinderhuis in Petten, en ik zag foto's die mijn ontroerden. En 2 foto's, waar ik (dacht ik) op sta. Ik heb een bruin bol petje op, en een soort beatle jasje aan. Ik was er in het jaar 1968, en ik was in die tijd 6 jaar oud.
Is er nog een soort registratie bijgehouden van alle kinderen die in dat kinderhuis in Petten zijn geweest? Zo ja, dan wil ik graag alles er van weten, want ik weet bijna nog alles van dat kinderhuis. Zoals wandelen in de duinen met de begeleiders, en het plukken van vruchten, waar later jam en sap van gemaakt werd, en later over de zelfgekookte custardpudding werd gegoten. Die smaak kan ik me nu nog herinneren.
Dan die zeelucht, en de gehele sfeer gewoon. Ik had in de tijd, dat ik daar was, een enorme last van bloedneuzen, en ik kan me herinneren dat ik een keer badend in het bloed wakker werd in mijn bedje. Dat is gelukkig, naar mate ik ouder ben geworden, overgegaan.
In de bijlage de 2 foto's, met waarvan ik dacht, dat ik dat ben.
Ik hoop van u te horen, en hoop dat er nog meer leuke dingen boven komen drijven.

   

Ben nu met Gerda aan het mailen van het kinderhuis Petten, en dat is hartstikke fijn!!

Eddie de Vlugt

4 december 2009 (29)

Beste "Juf Annie",
Helaas heb ik geen internet, maar bij een kennis las ik hierop de informatie over Kleuterhuis Petten. Ik ben Emm(ie)y Bloos en van mij heeft u de toen (1954) aan mij gestuurde kaarten nog. Vreemd dat deze dan destijds niet nagestuurd zijn naar het adres van mijn ouders. Dit was denk ik wel bekend bij de administratie. Betty is mijn nicht en Anneke en Rija de Koff zijn mijn achternichten.
Jammer genoeg heb ook ik geen goede herinneringen aan deze tijd, behalve dat u nogal wat "opving" t.a.v. de kinderen en ouders. Dit realiseer je je natuurlijk pas achteraf toen je ouders erover spraken met je.
Het ging steeds beter met me en daarom moest ik nog maar een tijdje blijven, werd er gezegd door de telefoon. Ze mochten beslist niet op bezoek komen omdat dit dan invloed zou kunnen hebben op mijn herstel. Ze kwamen toch, met de bedoeling om mij mee naar huis te nemen. Ik had de bof en mocht niet mee! "Juf Annie" heeft toen alle mogelijke moeite gedaan om dit toch voor elkaar te krijgen, want die bof was bijna over. Het was haar niet gelukt", zo vertelde mijn moeder. Boven aan de trap, op de arm van u, zwaaide ik huilend mijn ouders uit.
Na een paar weken was de maat vol!! Ze kwamen en schrokken van mijn conditie. Het was nog erger dan toen ik kwam en eenmaal thuis, knapte ik zienderogen op. En die LIEVE JUF ANNIE is, zoals ik heb begrepen, nog heel lang genoemd door mij. Zelfs mijn twee zussen weten dit nog. Deze goede herinnering blijft!
Ik realiseer me natuurlijk best dat het verplegend personeel niets, of nauwelijks iets, aan het beleid van het tehuis kon doen. Het was in ieder geval niet humaan wat daar gebeurde.
Graag zou ik willen dat u de kaarten naar mij opstuurt als dat mogelijk is; Misschien met een briefje erbij?
Ik heb een zoon; leuk als je uit een meidenfamilie komt. Maar ben nog geen oma.
Vriendelijke groet,

Emmy Bloos

24 september 2009 (28)

Mijn naam is Ada Stronkhorst, ik heb daar gewerkt in het kindertehuis in Petten.
Ongeveer in 1973. Heb daar ruim een jaar gewerkt,
Toen kregen we ontslag; het kindertehuis ging sluiten. Namen weet ik zo niet meer.

Ada Stronkhorst

13 september 2009 (27)

Geen idee of jullie nog geïnteresseerd zijn in ervaringen van kinderen, die in het kleuterhuis hebben gezeten, maar zag jullie oproep staan op het moment dat ik zelf naar ervaringen van anderen op zoek was.
Misschien zou ik moeten zeggen gelogeerd hebben maar het voelt als gedwongen gezeten, ondanks dat ik me er niet veel van kan herinneren.
Ik heb in 1964 (toen ca. 4.5 jaar) volgens het formulier in groep IV nr 30, varken (heb nog het kartonnetje met een varken en de nummers erop aan een touwtje) 3 maanden gezeten. Heb ook nog het boekje: UW KLEUTER IN HET KLEUTERHUIS, alsmede het formulier met leefregel kleuterhuis Petten, alsmede een paar foto's van het tussentijds bezoek van mijn ouders.
Herinneringen zijn:(langzamerhand komt er meer boven):

  • Ik kan me herinneren dat mijn ouders op bezoek kwamen en ik eerst mijn bordje pap op moest eten. Dat heeft lang geduurd voordat ik naar ze toe mocht.
  • Verder kan ik me herinneren dat we buiten vaak het liedje (het regent, het regent, de pannetjes worden nat, er kwamen twee soldaatjes aan en die vielen op hun gat, kletsnat) moesten zingen.
  • Ik kan me herinneren dat er een meisje was dat onwijs heimwee had en moest huilen, maar dat kon je beter niet doen als je naar bed moest. Weet dat ik zelf weinig of niets zei om het maar niet op te lopen.
  • Kan me iets van rekken herinneren met handdoeken, tandenpoetsbekers etc., de badkamer en de slaapzaal met de bedjes.
  • Weet ook dat ik me er alleen heb gevoeld tussen al die stadse kinderen (kwam zelf van het platteland), en was inderdaad lang ziek geweest en was erg bedeesd en verlegen.
  • Mijn moeder vertelde me later dat ik toen ik na 3 maanden thuiskwam onder de zweren zat en dat zij besloot dat ik er nooit meer heen zou gaan.
Verder werd ik laatst overvallen door een ontzettend gevoel van alleen zijn en heimwee, toen ik aan mezlf als klein meisje in het huis dacht, zo intens dat ik het gevoel stopte en daarna overvallen werd door paniekaanvallen.

Sylvia van Duivenvoorde - Monsma

23 april 2009 (26)

Ik lees net de reacties van diverse mensen.
Ik heb er als klein jongetje van drie jaar oud een tijdje mogen vertoeven. Dat was de aftrap naar een leven vol feestelijkheden. Natuurlijk moeten we laten meetellen dat het voor mij een kleine veertig jaar geleden (ca. 1970) is dat ik daar geweest ben. En in die tijd was het misschien de normaalste zaak van de wereld dat men met zo veel geweld met kleine kinderen om ging. Ik heb er in ieder geval een trauma van jewelste aan overgehouden. De bindingsangst is zo ver doorgeschoten, dat iedere fijnvoelende relatie vermorzeld wordt onder mijn enorme angst het weer kwijt te raken. Enige liefde was er in dit tehuis niet te vinden. Ook de seksuele vernederingen staan mij nog vers in het geheugen gegrift. Het zou me eerlijk gezegd niet verbazen als er daar mensen uit voort zijn gekomen met een verwrongen geest. Misschien een leuk onderzoek voor de van Mesdag. Ik ben in mijn leven in ieder geval een enorme azijnpisser geworden. Dank daarvoor.

Aad van de Steenoven

31 oktober 2008 (25)

Ik heb in 1963, 1964 en 1965 als stagierre en als groepsleidster in Petten in het Kleuterhuis gewerkt. In tegenstelling met wat ik op de site lees aan reacties heb ik goede herinnering aan die tijd. Ook heb ik met erg veel plezier met de kleuters gewerkt.
Vandaag heb ik mijn foto album, met achterin reacties van ouders, ingeleverd in Schagerbrug. Ik heb in mijn herinnering dat de kleuters een fijn verblijf hadden in Petten. Er was veel discipline maar de regelmaat, de frisse lucht, de goede voeding en rust deden de kinderen goed en de meeste gingen na zes weken opgeknapt naar huis. Het contact met de ouders was via een wekelijkse briefkaart hoe het met hun kind ging. Ook kregen we daar veel leuke reacties op. Natuurlijk is het voor een kleuter traumatisch om van hun ouders gescheiden te worden maar deze kinderen mankeerden lichamelijk of geestelijk iets en deze uitzending moest daar een positieve wending aan geven. Mijn kleuters waren altijd blij en ik kan mij maar van 1 kind herinneren dat deze heimwee had en deze is daarom ook vroegtijdig naar huisgegaan. Ook bleef het contact met de kinderen wel bestaan en heb ik ze thuis nog wel opgezocht en kreeg dan opgetogen verhalen hoe goed het verblijf hun in Petten had gedaan.
Ik denk dat de negatieve herinneringen vaak blijven en dat bij een kind van 4 tot 6 jaar de positieve dingen vaak vergeten worden. Ik hoop dat uit mijn foto album zal blijken dat er ook positieve ervaringen waren.

Hiske van der Ploeg (de Graaff)

21 augustus 2008 (24)

Tja ik krijg het er een beetje benauwd van als ik die vele negatieve geschiedenissen uit het leven van mijn kleuters lees. Er was niet een reactie bij van een kind die ik ken, maar goed, het is toch erg heftig geweest voor sommige kleintjes
Ik had de opleiding kinderverzorgster gedaan en daar hoort een jaar praktijk bij. Dat heb ik op twee plaatsen in Nederland gedaan en kreeg daarna mijn diploma. Ik was toen denk ik 18 jaar. Ik moet gewoon nu voor mijn collega's en mijzelf vergeving vragen over wat die kinderen is aangedaan. Vreselijk. Ik heb het zelf nooit gemerkt in mijn periode. Het was volgens mij een heel prettige tijd. De dag van komen en de eerste dagen daarna waren natuurlijk moeilijk voor die kleintjes. Ze kregen een eigen kastje voor hun kleding welke wij vulden vanuit hun koffers. Ze werden gewogen en er werd een lijst bijgehouden of ze werkelijk groeiden. Ze werden allemaal in bad gedaan en kregen een behandeling tegen luizen. Dat was nodig en je kunt deze behandeling van toen niet vergelijken met nu. Eten deden ze in hun eigen huiskamer waar ook geknutseld werd, gespeeld en gezongen, etc. Ik heb nooit gezien dat er vies met het eten is omgesprongen. Kinderen die niets aten, werden spelenderwijs toch op andere gedachten gebracht. Dat lukte niet altijd, vooral in het begin niet. Wanneer ze een beetje gewend waren ging het meestal vanzelf, op een enkeling na. Die werden dan ook niet zwaarder en gezonder, hoewel de buitenlucht hen wel goed deed. Daarvan gingen ze ook eten. Veel gingen we naar buiten, op het strand bouwwerken maken, etc. Slapen ging dan ook weer veel beter en zo zag je de meeste kinderen lekker opknappen. Sommigen moesten een periode langer blijven om op te sterken. Dan kwam de dag van het inpakken. Een reuze feest. De bus kwam ze halen en weg gingen ze weer. Ik vond dat altijd heel naar. Je maakt heel wat met je groep mee en ze worden je van harte lief. Ik hield echt van mijn kleuters en was blij dat de volgende groep niet voor mij was. Ik kreeg dan andere diensten gedurende drie weken, en kon me weer beter richten op de volgende groep.
Ik ben met mijn hart kinderverzorgster geweest en altijd gebleven. Ik heb nu 4 kinderen, 2 pleegkinderen, 10 kleinkinderen en 1 achterkleinkind en ik hou van ze evenals van de kinderen van anderen. Vandaar dat ik verdriet heb van al die nare dingen die gebeurd zijn met sommige kinderen. Dat was fout. Ik hoop echter dat er meerdere "kleuters" zijn die kunnen vertellen dat het goed geweest is.
Lieve groeten aan al mijn kleuters uit de periode van 1 februari tot 1 augustus 1954.

Juf Annie Krol

21 augustus 2008 (23)

Ik heb mijn stage-tijd o.a. gelopen in dit kleuterhuis. Het was van 1 februari tot 1 augustus 1954.
Wanneer de kinderen weg waren, weer naar huis, kwamen er nog wel eens kaarten met de post. De groepleidster bewaarde deze totdat ze werden opgevraagd. Van velen stonden namelijk niet de afzender-adressen er bij, dus werden ze ook niet terug gestuurd. Ik heb nog steeds een aantal kaarten welke ik graag nog wil opsturen.
Hier de namen:

Aan Emmie Bloos                 van Anneke em Rija de Koff
Idem                            van Betty
Aan Ria van Dijk                van Wimmie   
Aan Beppi Wijker                van Henny Wijker
Aan Sjorsje                     van Oma Dekker
Aan Hennie Hulleman             van Opoe Henkie
Aan Kitty Fiseler               van Betty en Tante Lea
Aan Wilma v.d. Hoek             van Oom Dolf Tante Anny
Idem                            van Mamma en Pappa
Idem                            van OPA OMA
Aan Harry de Besten             van Oom Jo  Tante To
Aan Ria Claasen                 van Oome Henk en Tante Jaan
Aan Tim Offinga                 van papa en mama en oma R'dam
Aan Teusje v.d. Heijden         van Oom Trudes en Tante Jenny
Aan Corrie v. Dijk              van Oma en Opa v. Dijk Amsterdam
Aan JanPiet van Noordennen      van Oma en opa
Jan Piet, bij jou ben ik nog eens thuis geweest, maar ik weet niet meer je adres. Je had net een woning gekregen en je ging binnenkort trouwen meen ik.
Op een van de kaarten stond groep 3. Dat wisselde per periode.
Ik heb nog hele verhalen over die tijd en zou ook graag collega's weer ontmoeten.
Contact graag via het doorstuur adres:

Annie Waaldijk-Krol

3 juli 2008 (22)

Ik wil even mijn ervaringen uit 1962 delen met mijn lotgenoten.
Zelf was ik 5 jaar en werd in die 6 weken dat ik er was 6 jaar. Ook ik was een bleekneusje uit Amsterdam. Ik was erg mager en ziekelijk, dus de dokter adviseerde mijn moeder om mij aan te laten sterken in Petten. Het werd voor mij een traumatische ervaring.
Het eten, het slapen, het alleen zijn zonder moeder enz. Ik lustte geen warme melk, dus liet ik het koud worden, niet wetende dat je dan de vel moest op eten van de NONNEN (lees, bewakers). Ik drink nu koffie met warme melk en telkens als ik de warme melk ruik, denk ik weer aan die verschrikkelijke tijd.
De slaapzalen waren groot met een raam, je moest, zoals beschreven in het boekje "bleekneusjes", met je gezicht naar het raam slapen. Dus ik op mijn rechterzijde. Thuis sliep ik altijd op mijn rug, dus ik kon niet slapen. Op een nacht onweerde het vreselijk en ik was erg bang voor onweer. Aan de overkant van mijn bed was een jongen aan het praten. Hier kwam een van de nonnen op af en vroeg wie er lag te praten. Niemand gaf antwoord. Ik wilde haar vragen of ik op mijn rug mocht slapen omdat ik niet KON slapen (mede door het onweer). Deze "verzorgster" dacht dat IK degene was die lag te praten, dus ik moest mijn bed uit. Ze heeft mij 3 uur lang op de gang laten staan, onder een lichtkoepel, waar de lichtflitsen van de onweer behoorlijk te keer gingen. Ik ben verschrikkelijk bang geweest. Nu nog, ik ben inmiddels bijna 52 jaar, ben ik heel erg bang in het donker. zeker als het onweert. Ik begrijp niet wat mijn ouders hebben gedacht, door mij "weg" te sturen. Ik kan er nu zelfs nog om huilen en ik ben echt geen watje hoor.
Ik was daar jarig, maar mijn ouders mochten niet komen. Toen het eindelijk tijd was om naar huis te gaan, werd ik ziek en mocht ik niet weg. Ik moest langer blijven en mijn oom, die in die tijd de enige was met een auto, heeft mij opgehaald. Ik was nog magerder dan dat ik was en de ziekelijkheid is gebleven. Poe poe, wat was ik opgeknapt.
Gisteren, 46 jaar later, heb ik eindelijk de moed gehad om weer eens naar Petten te gaan. Ik moet zeggen, het was even slikken, maar het ging eigenlijk wel. In deze tijd is het ondenkbaar dat moeders, de doktoren blindelings geloven, dat het goed voor hun kind is om ze naar zo'n "gevangenis" te sturen. En dat is maar goed ook. Ik vind het kindermishandeling.
Voor mij is het een traumatische ervaring geweest en misschien voor meerder mensen, dus ik wilde mijn ervaringen even met jullie delen.

Irene de Groot (Pieck)

12 juni 2008 (21)

Toeval bestaat niet denk ik wel eens.
Samen met een mede stagiaire van de groep juli 1968 - juli 1969 ben ik bezig een reünie te organiseren, er zijn net een aantal brieven naar bij ons bekende namen en adressen verstuurd.
De eerste reacties zijn net binnen en daar stond deze site in vermeld, dus deze gelijk aangeklikt voor een reactie mijnerzijds.
Natuurlijk zijn de herinneringen van degene die er gewerkt hebben heel anders dan van diegene die daar moesten verblijven, maar toch schrok ik er van dat er zo weinig positieve herinneringen tussen zaten. (De eetsessies die worden beschreven herinner ik me nog van mijn eigen tijd toen ik 6 weken in een vakantie kolonie in Hoogeveen heb gezeten, je moest alles opeten, (ik was toen bijna 13 jaar, dus dat lukte de leidsters daar toen niet altijd).
Ik weet wel dat ik er in het kleuterhuis heel anders mee omging. Lusten de kinderen iets niet dan moesten ze van mij één of twee hapjes eten, de rest hoefde dan niet.) Wij kwamen, als 18 jarigen broekjes, stage lopen, na het volgen van de opleiding Centrale Raad. In het begin was het even wennen en sloeg bij mij de heimwee wel eens toe, maar over het algemeen heb ik een goeie herinnering aan dat jaar, later ben ik zelfs nog een jaar vaste groepsleidster geweest, samen met nog 3 stagiaires van dat jaar.
Er waren 5 zaaltjes voor 12 kinderen beneden, zo ook boven, slaapzaaltjes met 12 bedjes. Iedere groep had een vaste begeleidster en 2 stagiaires die afwisselend drie weken groepsdienst, drie weken huishoudelijke dienst draaiden. Tijdens de huishoudelijke dienst draaide je de nacht of avonddienst, een week lang, of je had bv broodkeuken dienst of gewoon huishoudelijke dienst, dan assisteerde je de mensen die in de huishouding werkten.
De groepen moesten verplicht 2 keer per dag naar buiten, bij mooi weer naar het strand of bos, bij slecht weer een ommetje maken, vaak werd dat het ommetje Korfwaterweg. Je mocht niet met 2 groepen samen zijn, maar ja, wij spraken dan wel af waar we elkaar troffen zodat je dus toch vaak met zijn tweeën waren. Als je vaste groepsleidster een weekend vrij had dan mocht je als stagiaire de groep alleen draaien, iets wat de meeste stagiaires graag deden. Je kreeg dan een overdracht van je groepsleidster, vaak een kunstig gemaakt werkje, die je dan later weer in je jaarwerkboek kon plakken.
Wij als stagiaires hadden allemaal een kleine kamer op de lange gang, de groepsleidsters hadden een grotere kamer aan de voorkant. De nachtdienst vond ik de naarste dienst, je was alleen, moest dan midden in de nacht het fornuis in de keuken oprakelen, oude kolen eruit en nieuwe erin. Deed je dat niet in die volgorde dan was het fornuis de volgende ochtend uit, (wat dus bij meestal het geval was), want ik gooide alleen maar kolen erbij en dan gauw weer naar boven. Ik vond het doodeng, die keuken met die grote ramen zonder gordijnen, net als trouwens de zolder boven de slaapzaaltjes waar je dan de was moest ophangen, ik bestierf het meestal.
Ons uniform was in dat jaar veranderd in een gifgroene overgooier met groen wit geruit bloesje, een oerlelijke outfit, maar ja, alle stagiaires droegen het, dus niet zeuren. Al met al was het een enerverend jaar waarin we keihard hebben gewerkt maar ik heb er ook veel geleerd en kijk er met plezier op terug.
Ik hoop dat er zich meiden van toen, dus van werkers van juli 1968-juli1969 melden voor onze te plannen reünie in april 2009.

Sietske Dullemond (Pietersma)

16 april 2008 (20)

Mijn moeder (Cobi Bokkers), helaas in 1996 overleden, heeft op 19-jarige leeftijd in 1942 en misschien ook wel in 1941 in het kleuterhuis gewerkt met een vriendin genaamd Geertje.
Heel graag zou ik, als die mevrouw nog leeft, met haar contact willen opnemen.

Nel Castricum-Bokkers

5/12 januari 2008 (19)

In 1957 heb ik als kleuter van 5 jaar 6 weken in het kindertehuis verbleven. Ik heb hier hele leuke herinneringen aan, en ik zou U willen vragen of er misschien nog informatie bestaat over 1957. Zelf heb ik namelijk heel weinig, alleen de namen van de leidsters zijn mij bekend en die waren Gerrie en Inge. Mijn verblijf was in de zomer (juli-aug) en mijn meisjesnaam is Janny Dierssen. Ik zou het heel leuk vinden als er nog fotos zijn uit de tijd dat ik daar verbleef.

Graag wil ik nog het een en ander toevoegen aan mijn vorige reactie. Aan mijn verblijf in het kleuterhuis trein 8.28 heb ik in tegenstelling tot de meeste mensen wel leuke herinneringen. Vooral de uitstapjes naar het strand vond ik heerlijk. Ook weet ik nog dat ik de leidsters mocht helpen met het soppen van het zaaltje. Ik was aan het wisselen (tanden) en ik heb mijn voortand eruit gestoten aan het voeteneind van het bed. Dit waren hoge ijzeren bedden. De tand heb ik bewaard onder een plakbandje. Dit is met enkele kaartjes die mijn ouders hebben gekregen, en waarop stond hoe het met mij ging, de enige tastbare herinnering.
Behalve dan de huisregels uit het kleuterhuis in dichtvorm, en die wil ik u niet onthouden.

Janny Velthorst-Dierssen

1 januari 2008 (18)

Ik was aangenaam verrast toen ik uit nieuwsgierigheid op de computer kleuterhuis Petten intikte en er allerlei herinneringen zag van kinderen die er geweest waren. Wat me verbaasd is dat de herinneringen grotendeels kloppen, terwijl de kinderen toch nog klein waren. Nu mijn herinneringen als stagiaire in het kleuterhuis van september 1966 tot september 1967.
Ik had een theoretisch jaar afgerond op de Groninger Kook en Huishoudschool voor de opleiding Centrale raad (een soort KVJV ) en om mijn diploma te halen moest ik nog een jaar stage lopen. Ik koos voor kleuterhuis Petten omdat ik graag met kleuters wilde werken. Er waren 5 groepen met elk 11 kinderen, 1 vaste gediplomeerde leidster en 2 stagiaires per groep. de kinderen waren tussen de 3 en 7 jaar. Er waren ook 5 slaapzalen met 11 bedjes met plaatjes erboven, maan, beer enz. en de hand-doeken rekken hadden die plaatjes ook en de kledingkastjes ook. In 1966 waren dat over het algemeen geen bleekneusjes meer maar kinderen kwamen op sociale indicatie of omdat ze lichamelijk iets mankeerden. De meesten bleven 3 maanden of langer. De stagiaires liepen in uniform, blauwe jurk en geruit schort. Elke week schreven de leidsters een briefkaart naar huis en 1x per 6 weken konden ouders hun kinderen bezoeken. Elke week werd er gewogen, eigenlijk was dat in die tijd niet meer nodig maar de directrice was een verpleegkundige van de oude stempel met heel weinig pedagogisch inzicht. Kinderen moesten hun eten opeten, spuugden ze het weer uit dan at je het maar op met kots en al. Hygiëne werd de kinderen ook bijgebracht wat vaak wel nodig was. Elke 6 weken kwam de bus uit Amsterdam nieuwe kinderen brengen en nam anderen weer mee terug naar huis. De eerste dag stond er altijd iets op het menu wat kinderen lekker vinden, iets met appelmoes of zo. Als stagiaire ging ik vaak met de kinderen wandelen o.a naar het bos vlakbij daar stond een grote bank die we de reuzenbank noemden, of naar het strand. De isoleerkamertjes waren voor kinderen met een besmettelijke ziekte, maar was je erg vervelend werd je er ook ingestopt. De leidsters waren aardig en ook competent, maar durfden niet tegen de directrice integaan.
Mijn eigen herinneringen :
Nel uit de keuken die zelf yoghurt maakte, Anita de leidster waar ik stagiaire bij was en de feestjes bij Truida, ik heb nog een foto waar ene Frans me zo verliefd aankijkt! Ik heb nog een paar maanden (of weken?) verkering gehad met Willem met rood haar. Er was namelijk altijd een groep jongens in een schuur met brommers aan het klooien tegenover het kleuterhuis. En na feestjes bij Truida stiekem via de brandtrap binnen komen omdat het later dan 12 uur was en dan moest je binnen zijn. Wat ik erg frustrerend vond was, dat ik als 17 jarige alleen nachtdienst moest draaien en dat redde ik niet, ik kon geen orde houden en was altijd slaperig. Er was eens een klein brandje 's nachts, aangestoken door een jongetje in de isoleer en dat kreeg ik niet geblust. Ik wist niet hoe de brandblusser werkte en de brand wer groter. Ik heb het hele huis bijelkaar geschreeuwd en dat werd me niet in dank afgenomen want alle 55 kleuters waren wakker. Ik heb het stage verslag nog en een aantal foto's.

Gretha Brinkkemper-Mulder

30 oktober 2007 (17)

Ikzelf heb als kleuter drie maanden vertoefd in het Huis der Duin in Petten. Ik heb hier nog een paar herinneringen aan.
Afgelopen weekend 27-10-2007 ben ik met mijn zus (Zussen weekend) terug gegaan om herinneringen op te halen. Het huis staat er nog steeds, precies zoals toen. Mijn zus heeft meer herinneringen dan ik omdat ze 4 jaar ouders is en me meerdere malen met mijn ouders daar heeft bezocht. Ikzelf was 4 en zij dus 8. Toen we er aankwamen was het voor haar en voor mij een feest van herkenning. Het huis ziet er nog precies hetzelfde uit met die grote trap en balustrade. Toen we binnenkwamen waren er allemaal jonge mensen die in een vreemde taal spraken en later bleek dat er Polen gehuisvest worden die hier werken voor een schoonmaakbedrijf. Ik kon nog een blik werpen in de keuken en het zag er nog precies zo uit als toen. We hebben er een paar foto's van gemaakt. Op de terugweg naar de auto (we hadden hem op de dijk geparkeerd) zagen we een huisje waar een man aan het werk was. Ik heb hem aangesproken en verteld dat ik vroeger als 4 jarige daar drie maanden ben geweest. Hij vertelde dat ik dan maar naar binnen moest gaan want zijn vrouw had er vroeger gewerkt.
Het bleek dat zijn vrouw er vanaf 1971 gewerkt had, ikzelf ben er in 1963 geweest dus daar konden we elkaar niet van kennen. De man en de vrouw hebben elkaar wel op die manier leren kennen want het was zijn ouderlijk huis en zij had hem op die manier leren kennen en was er dus blijven hangen. Ze was erg vriendelijk en haalde meteen een fotoalbum van boven met krantenknipsels en foto's. Dit was geweldig. De speeltoestellen op de foto's van toen staan er nu nog steeds (erg vervallen en niet erg arbo vriendelijk) en het paadje naar de dijk is weliswaar overwoekerd (dit loopt van de achterkant van het gebouw tot aan de dijk, dit kon ik mij nog herinneren) maar is er nog steeds. Verder kon mijn zus zich nog herinneren dat de dames allemaal lange witte schorten aan hadden en de dame (haar naam is mij jammer genoeg ontschoten) van het huisje bevestigde dit. Ook waren er op de dijk houten paaltjes als brandingsbrekers, inmiddels zijn dit betonnen stroken die in zee steken. Ik kan mij herinneren dat ik daar op balanceerde. Ik heb nooit meer contact gehad met kinderen die daar ook zijn geweest. Dat was ook niet gebruikelijk in die tijd.
Ze liet ook een boekje zijn met de regels van het huis, ik denk dat ik dat ook nog heb maar zal moeten zoeken om het weer te vinden. Het is nog wel ergens bij mij op zolder.
Ik voor mij heb goede herinneringen aan het huis en de zusters, maar wel weinig aangezien ik nog maar vier jaar was. Ik was daar overigens omdat ik astmatische bronchitis had en dat verandering van lucht goed zou zijn voor de luchtwegen.
Eén of twee jaar daarvoor ben ik in een huis in Egmond aan Zee geweest. Ook hier zijn we wezen kijken, maar konden niets terug vinden. De hele promenade was bijna volgebouwd met nieuwbouw. Mijn zus vertelde mij dat de voorkant halfrond was in haar beleving. Ikzelf heb hier natuurlijk geen enkele herinnering meer aan. Misschien dat jullie mij hier iets meer over kunnen vertellen.
Hopende van jullie te horen en met vriendelijke groeten,

Anita Scheer

29 juli 2007 (16)

Het heeft lang geduurd voor ik besloot om iets op papier te zetten m.b.t. mijn ervaringen met "Het kleuterhuis". Bij deze uiteindelijk gedaan.
In 1962 (ik was toen vijf jaar oud) ben ik daar zes weken geweest. Reden: ik was veel te licht en moest wat aansterken en vooral wat aanKOMEN. Eerst van Utrecht naar Amsterdam. Aldaar werd ik overgedragen aan vrouwen die samen met de andere "bleekneuzen" per bus naar Petten vertrokken. In Amsterdam had ik reeds een touwtje om mijn nek gekregen met daaraan een half maantje. Dat mocht ik niet meer afdoen, hetgeen ik behoorlijk ongewoon vond, om niet te zeggen: haast bedreigend. Zoals iemand al eerder opmerkte: je had geen naam meer maar je was door een symbool onderscheiden van anderen. Dat halve maantje was ook te zien bij het hoofdeinde van het bed waarin ik sliep. Een bed of twee verderop lag een jongetje (Arnold) die als symbool een autootje had, niet ongelijk aan het autootje zoals je dat kunt zien op het Monopolybord bij "Vrij parkeren".
Mijn verblijf in Petten was vooraf uiteraard met mij besproken; toch was het heel ongewoon voor me. Met zes, acht of tien man (ik weet het niet meer precies) op één slaapzaal. Bijzonder vreemd was de zacht ruisende luchtverversing boven de deur van de slaapzaal. Arnold zorgde vaak voor een vrolijke noot. Dat bestond o.m. uit zingen en gekkigheid uithalen zodat velen onder ons stevig moesten lachen. Het had tot gevolg dat er regelmatig een boze vrouw de zaal kwam binnenstappen en meteen naar Arnold liep. Of hij geslagen werd, weet ik niet meer. Wel was het zo dat iedereen die lachte (ik dus ook) even stevig door elkaar geschud werd met een sissend: "En waarom denk jij dat je in bed ligt?".
Ik kan me nog goed de smaak van de pap herinneren die we 's morgens kregen. Niet echt vies maar ook niet uitgesproken lekker. En dan de sterke smaak van de groente, het houten bestek... het staat me nog duidelijk voor de geest. Het Kleuterhuis was "een wereld die niet de mijne was". Achteraf gezien begonnen daar mijn dissociaties, hetgeen eigenlijk niet meer was dan een afweer tegen een ogenschijnlijk irreëele omgeving waarin ik gedwongen was mijzelf te bevinden. Het is teveel gezegd dat de dissociaties daar concreet begonnen; mogelijk heb ik er gewoon aanleg voor gehad. In dat geval is het zo dat sluimerende dissociaties in zo'n situatie perfect tot ontplooiing komen.
Na het avondeten kegen we allemaal een lepel levertraan. Als ik terugdenk, kregen we die allemaal met één en dezelfde lepel toegediend door een vrouw die met een grote fles bij de deur stond. Braaf in de rij staan, happen en door naar bed.
We liepen regelmatig naar het stand. Nu kwam ik zoals gezegd uit Utrecht en schelpen had ik uitsluitend op plaatjes gezien. Op het strand lagen er duizenden. Ook de aparte zeelucht is mij altijd bijgebleven. Een vreemde doch niet onaangename geur.
Een enkele keer was er een dokter op bezoek die ons onderzocht. We zullen toen ongetwijfeld ook regelmatig zijn gewogen. Het was de bedoeling dat ik er nog zes weken zou verblijven. Daar heeft mijn moeder echter een stokje voor gestoken. Toen zij mij met mijn oudere broer bezocht, had zowel zij als mijn broer gemerkt dat ik zo veranderd was. Eenmaal thuis bleek ik in een soort robot veranderd te zijn. De kreten als: "wat hebben ze in vredesnaam met dat kind uitgespookt?" waren niet van de lucht. Gaandeweg is het allemaal wel weer goed gekomen, geloof ik. In mijn "lichting" bevond zich nog een jongetje uit Utrecht: ene Keesje Bos. Hij woonde in een zijstraat van de Amsterdamse Straatweg, niet ver van het toen nog groen stalen spoorwegviaduct. Op een middag ben ik daar samen met mijn moeder aan de deur geweest, maar er was niemand thuis.
1962: de oorlog was toen 17 jaar afgelopen. Anno 2007 besef ik, na het lezen van de andere reacties in deze rubriek, dat wij onze eigen "deportatie" hebben beleefd, nu 45 jaar geleden. Veel was weggezakt (wellicht verdrongen) maar na het doorlezen van de verhalen van anderen kwam het sfeerbeeld van toen weer glashelder boven. Het mag duidelijk zijn: ook ik bewaar geen goede herinningen aan het kleuterhuis.

John Beringen

15 maart 2007 + aanvulling 4 november 2008 (15)

Wat ben ik blij dat ik een site heb gevonden over de Vakantiekolonie in Petten. Net als bijna iedereen heb ook ik, zeker tot mijn einde veertigste levensjaar (ben nu 59), een trauma aan die tijd overgehouden.
Reden om naar meer informatie op zoek te gaan is de volgende. In 1953, toen was ik 6 jaar, heb ik zes weken in dat 'kinderparadijs' vertoefd. Althans, zo werd het gebracht. De bleekneusjes uit de grote stad Amsterdam zouden daar wel opknappen. Maar niets was minder waar. Toen mijn ouders mij na die zes weken weer kwamen ophalen (ik had ze ál die tijd niet gezien), zijn ze zich een hoedje geschrokken. Ik zag er nog slechter uit dan toen ik er heen ging. Eenzaamheid! Maar dat niet alleen, ook de manier zoals er met je werd omgegaan. Vaak was ik als laatste klaar met eten en ik moést net zolang blijven zitten totdat alles op was. De andere kinderen waren dan allang weer aan het spelen en zat ik daar in mijn eentje aan die grote, lange tafel. Ook moest ik een keer een paar dagen in mijn bed blijven, ik was zogenaamd ziek. Ik voelde helemaal niets en wilde spelen. Nee dus, in bed blijven. Ze zullen er wel een reden voor gehad hebben, denk ik maar. Mijn trauma van die tijd kwam eigenlijk pas goed boven toen ik eenmaal op mijzelf woonde en getrouwd was. Wat was het namelijk? Ieder kind had daar een soort corveedienst. De één moest dit doen en de ander dat. Zo moest ik weleens de tafel dekken en stond ik met zo'n hele stapel aluminium borden (of wat was het voor materiaal) in mijn hand die borden op tafel te zetten. Dus.....als ik meer dan vier personen te eten had en met mijn eigen stapeltje borden in de hand de tafel stond te dekken, kwam dat beeld van toen die tijd weer boven. Dat beeld heeft me dus al die jaren achtervolgd en aan die vreselijke tijd doen herinneren. Een klein detail met grote gevolgen.
Maar ineens, een paar jaar geleden, kreeg ik de behoefte om weer eens naar die plek terug te gaan. Misschien om een punt achter mijn trauma te zetten, ik weet het niet. Eindelijk is die behoefte op 10 maart 2007 ten uitvoer gebracht. Ik herinnerde mij zowaar het gebouw nog. Toen ik in 2008, bij een bezoek aan het Zijpermuseum om mijn reünie voor te bereiden, in één van de fotoboeken aldaar een foto zag van het Kleuterhuis, met aan de zijkant een afdakje, herinnerde de tekst die er onder stond mij eraan dat ik ook met mijn bedje een keer, wéér alleen, onder dat afdakje heb gestaan om wat frisse lucht en meer kleur op mijn wangen te krijgen. Nu zitten polen in het gebouw en biedt het onderdak voor hen die in de omgeving werkzaam zijn. We stonden even met één van de aanwezige polen in de toenmalige eetzaal te praten (één van hen sprak gebroken Duits). Ineens trokken de muren van het eetzaaltje dermate mijn aandacht, dat de disciplinaire sfeer van destijds indringend op me af kwam. Het was een vreemd en benauwend of beklemmend gevoel. We mochten even een stukje door het gebouw lopen om te kijken of ik mijn slaapzaaltje en andere vertrekken nog kon herkennen. Voor zover ik het niet mis heb, wist ik het denk ik nog.
Toch wilde ik meer weten, ook of dit gebouw destijds echt dé vakantiekolonie is geweest. Het kon bijna niet missen, maar toch. Na wat speurwerk op internet heb ik deze site gevonden en wilde ik graag mijn ervaringen delen met de andere getraumatiseerden. Ik ben eerst mijn stukje gaan schrijven, daarna ben ik de ervaringen van anderen gaan lezen. Toen dacht ik van mijzelf: wat trauma, anderen hebben een nog vervelender ervaring. Maar voor ieder weegt zijn eigen trauma het zwaarst en ervaart het op zijn of haar eigen manier. Zoals blijkt, het is voor bijna iedereen een hele vervelende tijd geweest met een traumatische ervaring als gevolg.
Ik ben in elk geval blij dat mijn nieuwsgierigheid naar de omstandigheden van toen is bevredigd. Ongetwijfeld zal ik wel wat vergeten zijn op te schrijven, maar dit zijn de eerste dingen die in me zijn opgekomen. Ik denk dat ik hiermee een hoofdstuk in mijn levensboek kan afsluiten.
Als er 'lotgenoten' zijn die het leuk en/of zinvol vinden om persoonlijk over zijn of haar ervaringen te praten, kan er misschien een keer een soort reünie worden georganiseerd. Ook kan met mij contact opgenomen worden via e-mail

Margreet de Visser

8 februari 2007 (14)

Zojuist las ik een oproep om herinneringen op te halen over de Kinderkolonie Petten......... ;-( Geen prettig idee.
Ook ik heb alleen vreselijke herinneringen aan die tijd.
Ik was er vóór of in het begin de oorlog. Ik denk in 1939-1940. Ik was vier of vijf jaar.
Mijn moeder en ik waren met veel moeite en spanningen Oostenrijk ontvlucht na de Anschluss bij Duitsland. Misschien was ik toen niet zó gezond....
Maar men vond het blijkbaar nodig me meteen maar aan mijn moeder te ontnemen en met een groep kleine kinderen naar Petten te sturen. Midden in de winter. Ik vond het er ook vreselijk, er was niks vriendelijks of aardigs of vacantie-achtigs aan en ik werd heel ziek van heimwee. Zo ziek dat ik in het ziekenzaaltje terecht kwam en mijn moeder werd gewaarschuwd.
Mijn moeder kwam naar Petten (Hoe?) en moest een lange weg door de bevroren sneeuw lopen om bij de Kolonie (ofwel misschien toen al het z.g. Kleuterhuis) te kunnen komen. Ze kwam na uren aan, met door de hardgevroren bovenlaag van de sneeuw bloedende, opengesneden benen en kapotte kousen. De sneeuw lag hoog die winter.
Ze was er zo erg aan toe, dat ze bij mij op het ziekenzaaltje terechtkwam.
Omdat ik me van de tijd daarna niks herinner, neem ik aan dat ik later met haar weer terugging naar Amsterdam.
Nee, het leven was niet niet vriendelijk voor haar. In 1942 kwam ze om in Auschwitz. En ik overleefde wel, maar mijn verdere jeugd zat ik, vanwege onderduik, in een ander, even streng en beroerd kindertehuis. In Petten kreeg ik er een voorproefje van...... De trauma's zitten dus heeeel diep...

Erica van Beek

29 november 2006 (13)

Wij zijn een tweeling, geboren in 1968 en samen hebben wij in het kleuterhuis van Petten gezeten begin jaren 70. We hebben nare herinneringen aan dit hersteloord, er golden daar regels die er niet om logen. Zo lag mijn zusje een week op de zieke afdeling, toen ik haar stiekem bezocht, om te kijken hoe het met haar ging, kreeg ik behoorlijke straf, want de zieken lagen in een soort isoleerkamertje, waar niemand mocht komen. Of toen onze ouders na een paar weken op bezoek kwamen, kreeg ik van hen een speelgoed vliegtuigje, waar ik echt trots op was, toen mijn ouders weg waren, werd het speeltje direct afgenomen. Het afscheid tussen de kinderen en hun ouders was traumatisch te noemen, helemaal op die leeftijd. En dit heeft zeker sporen na gelaten in mijn jeugd. Je ouders gedag zeggen achter een raampje, op zo'n leeftijd dat is niet niks.
Wat ik mij nog kan herinneren was dat het een groot gebouw was met een lege vlakte rond om, met alleen maar zand en duinen, je zag verder geen levend wezen, richting de zee stond een grote bank, die bestemd was voor de reuzen vertelde men. Ook herinner ik mij nog die lange gang, met een lange tafel in het midden waar werd gegeten door iedereen van het oord, en als je iets vertelde, of je misdroeg, zoals iedereen op die leeftijd, dan kon je van tafel en werd je buiten gesloten van de groep,zodat je alleen kon gaan eten, en dit heeft sporen achter gelaten in mijn jeugd, een soort van een verlatingsangst. Wel was er een jufvrouw met lange zwarte haren, en lange zwarte nagels, die ik beschouden als een engeltje, zij hielp mij tenmintse met veters strikken, en tal van dit soort probleempjes, en van haar hoefde ik geen bloedworst te eten, de rest van de leraren waren streng en gemeen.
Toen we op zaal in bed lagen werden de tralies die aan de zijkant van onze ledikantje zaten, met een enorme klap omhoog gebracht, zodat we niet stiekem uit bed konden gaan. Of konden gaan donderjagen. Krijg er nog rillingen van! Als het licht uitging was het ook muisstil. Met half uurtje speeltijd liep ik altijd als jongetje met gebogen hoofd en met de handen in de zakken rondjes om de school heen, wat niet bepaald gelukkig klinkt, dit was toch een herstellingsoord?
De rede waarom we hier zaten is nog niet helemaal duidelijk, wel was het zo, dat we op gewicht moesten komen, en dat we te vaak ziek waren. En daardoor ruimschoots onder ons gewicht zaten, en op dokters advies hierheen moesten. We hadden hier beter niet kunnen komen, want wij hebben hier toch wel in bepaalde zin een trauma opgelopen in die weken of maanden verblijf. En helemaal als je als tweeling wordt gescheiden dat is niet niks! Wij zagen dit als een opvoedoord en geen herstellingoord.

Marco en Irene Bouwhuis

2 april 2006 (12)

Ik lees alleen maar hele nare herinneringen van heel veel mensen. Ik kan mij dat niet herinneren.
Ik heb 2 keer 6 weken in Petten in het kleuterhuis gezeten. Ik denk in 1954 maar weet dat niet zeker. Ik was toen de oudste kleuter van de groep dus moet ik toch 5 jaar geweest zijn en ben in 1949 geboren. Het verbaast mij zo zeer dat bijna iedereen een nare ervaring heeft gehad dat ik mij onderhand ga afvragen of ik die soms verdrongen heb. Maar hoe hard ik ook denk, ik vond het er wel leuk. Ik heb misschien geluk gehad met de leiding want ze waren allemaal even aardig.
Er was daar een jongetje die altijd huilde en zich bij mij op de een of andere manier veilig voelde en wilde de hele dag mijn hand vast houden. Als kleuter had ik daar ook niet altijd zin in maar de zuster spoorde me altijd aan om het wel te doen. Er werd ook nooit geslagen of zo en straf heb ik ook nooit gehad al was ik met mijn zusje ook wel eens ondeugend. Als je 's-nachts naar de w.c. moest, moest je de zuster roepen. De zuster hoorde mij een keer niet en ik huilde. Even later hoorde zij mij en vond het juist zielig voor mij. Als je voor iets naar de dokter moest mocht je dat 's-avonds dacht ik doen. Volgens mij moest je een trap af en ik "mocht" altijd als laatste, want ik was al een grote meid, achteraf dus best een pedagogische aanpak en ik "moest" de zuster altijd helpen iedereen zijn slabbertje om te doen. Ik was de enige die al strikken kon maken. Op een dag kregen mijn zusje en ik de bof en moesten naar het ziekenzaaltje daar lag al een meisje maar die had hoge koorts en lag te ijlen toen wij klaagde dat we niet konden slapen werd zij in een ander kamertje gelegd.
Nee ik heb het echt niet als een strafkamp beschouwd.
Zover ik nog weet, ben nu 57 jaar, heb ik het best fijn gehad.

Petra Overeem

13 maart 2006 (11)

Ik wilde even een reactie geven over de verhalen in Petten.
Het was voor mij een ramp. Als kind van 5 jaar. Ook nu nog ben ik bang in het donker, en ik ben inmiddels 60 jaar. Als kind lag ik altijd te schudden in mijn slaap, en wat deden de zusters die haalde in de nacht mijn bed weg en werd ik de badkamer op gereden, nu als kind was dat heel erg het was er donker en erg koud. Die angst ben ik nooit meer kwijd geraakt. Ze hadden denk ik niet door dat een kind ook angstfobieen kan krijgen, het was echt afschuwelijk.
Nee Petten was geen vakantiekolonie maar een opvoedingskamp, maar dan nog in de hele slechte zin. Nu praat ik over 1949/1950. Eten kon ik niet want het was echt niet lekker, en dan in bad met zijn allen was ook een ramp, je zat met zijn alle in je blootje op een lange bank (heel erg koud) en als je niet vlug genoeg was om op te staan om ingezeept te worden dan werd je echt de badkamer door getrokken aan je arm of haren, dat was heel erg, nu als je snel was dan werd je afgeboend met een keiharde borstel, vandaar ik ik ook niet tegen bezems en stoffers kan dan lopen mij de griebels over mij lijf.
Nee Petten was voor mij een brok ellende.
Daarna ben ik naar Oostvoorne koloniehuis Ons Genoegen en het Koloniehuis Het Hogehoud in Elspeet geweest maar die maakte alles goed van wat ik meegemaakt heb in Petten.

Ria van den Berg - Okhuijsen

17 januari 2006 (10)

Ik heb in Petten gezeten maar kan er niks over terug vinden. Ik zat er in het jaar 1957/58 ik was 4 jaar. Een jaar later zat ik er weer. Toen ik een jaar of zes was moest ik er weer heen. Foto’s heb ik niet, alleen dat er duinen waren. Er lag ook een keer sneeuw. Ik was er ziek, waterpokken, en lag helemaal alleen. Niemand mocht bij mij komen. En als je je bord eten niet op had, kreeg je er pap over heen. Ik was een hele slechte eter. 's-Avonds voor je bedje bidden. Ik ga slapen ik ben moe. Toen mijn ouders mij brachten, weet ik dat ik een ketting van een juf had stukgetrokken allemaal pareltjes over de grond. Omdat ik weer met mijn ouders naar huis wilden.

Marja Smeekes (van der Waal)

24 december 2005 (9)

Ik woonde in Rotterdam en werd als kleuter begin jaren '60 naar Petten gestuurd. Waarom? Het zal wel dat ik ook zo'n "bleekneusje" was. Ik kan mij niet veel herinneren wel dat ik de bof daar kreeg en in een soort ziekenboeg moest uitzieken. Ook mocht ik een keer in een grote kamer waar speelgoed stond in een schommel zitten. Het had het onderstel van een hobbelpaard maar je kon er met meerdere kinderen inzitten. Dit zijn de enige herinneringen die ik heb.
Of het eten slecht was en de behandeling niet fijn dat kan ik niet zeggen. Ik weet wel dat toen ik ziek was dat er toen wel dingen gebeurden die ik niet leuk vond. Wat dat dan precies is geweest dat weet ik niet meer. Het is meer het gevoel. Ik heb er gelukkig geen "trauma" aan overgehouden.
Ook weet ik geen namen van andere kinderen of leidsters.

Maria Zevenbergen

25 september 2005 (8)

In 1948 verbleef ik in het kinderhuis te Petten om als Amsterdams bleekneusje, bijna vijf jaar oud, aan te sterken, en het heeft geholpen, eerlijk is eerlijk.
Recentelijk werd ik er geweldig ontvangen toen ik er ging kijken, mijn complimenten.
Zuster Greet was mijn direkte verzorgster, een lieve vrouw,ik mocht bij haar op schoot zitten als ze mijn post voorlas. Ik weet nog dat ik een Beertje had als "kenteken" op mijn bed, kastje en kapstok. Ik zie de directrice nog voor me, een zeer streng en onvriendelijk mens, angst aanjagend. Ook herinner ik me de uniformen die we droegen met een zonnehoedje.
We gingen vaak, bijna dagelijks naar het strand. Het eten was vreselijk, maar je moest wel. s' Morgens pap en brood met vruchtenhagel, als ik nog wel eens die zoetegeur ruik moet ik aan Petten denken. Die zes weken dat ik er verbleef leken wel een jaar.
Eindelijk naar huis, met een oude legerbus, en toen kwam de verrassing: heel Amsterdam was versierd, wat een indruk maakte dat op mij (voor mij allemaal?) Ik wist niet dat Koningin Juliana werd gekroond...
De naam Petten bleef voor altijd verbonden aan mijn verblijf daar.

Hans de Breij

23 september 2004 (7)

Een confrontatie met het voormalige Kleuterhuis te Petten.

De geschiedenis van het voormalige Kleuterhuis moet worden begrepen tegen de gehele beweging in Nederland om "bleekneusjes" te laten opknappen in "vakantiekolonies". Velen herinneren zich nog de collectebussen die in de jaren '50 en '60 in de bioscopen rondgingen voor het "BIO-Vacantieoord" te Bergen aan Zee, niet ver van Petten. In de duinen en bossen van ons land zijn veel van deze internaten gesticht. In Bergen aan Zee, kunnen we nog steeds een ander voorbeeld zien met de typische architectuur van de jaren dertig (Amsterdamse School): het voormalige Zeehuis.

Iedereen die in de achtergronden en de werkwijze van het Kleuterhuis geïnteresseerd is, zou kennis moeten nemen van het boek Bleekneusjes, door Marianne Swankhuisen, Klaartje Schweitzer en Addy Stoel, 2003 (ISBN nr. 90 6868 345 4). Aan deze publicatie gingen enige jaren geleden een TV-programma vooraf met filmbeelden en persoonlijke herinneringen en een fototentoonstelling in het Openluchtmuseum te Arnhem. Het boek staat vol wetenswaardigheden over de opkomst en ondergang van het systeem van vakantiekolonies. Het draaide eigenlijk allemaal om dit ene streven: het kind zes weken van huis te halen om het daarna met een gezonde kleur en een hoger gewicht terug te laten keren.
Treffend en in zekere zin schrijnend is, hoe zelfverzekerd men indertijd uitging van de zegeningen van het beginsel van "massaverpleging". Tegenwoordig is het onbegrijpelijk dat men het zo durfde noemen! Hoe negatief dit systeem uitwerkte, blijkt uit een groot deel van de herinneringen die in het boek zijn opgenomen. De eerlijkheid gebiedt te vermelden, dat er ook veel positieve herinneringen beschreven staan aan een prachtige "vakantietijd" en aan leuke leiding.

Helaas kan ik daar zelf weinig positiefs aan toevoegen. Ik was in Petten opgenomen op de leeftijd van 4 jaar. Van mijn ouders weet ik dat ik drie maanden van huis geweest ben in plaats van de gangbare zes weken. Waarschijnlijk omdat ik de gewichtsdoelstelling niet gehaald had. Dat kan weer te maken hebben gehad met de waterpokken die ik opdeed; maar misschien was ik ook een weinig enthousiaste eter, waarover straks meer. In elk geval was ik er de volle maand december van het jaar 1946. Want ik kan me de Sinterklaasviering herinneren alsmede het feit dat ik met de Kerst alleen in de ziekenboeg lag.

Op pag. 40 van het boek staat een foto van het "Kinderherstellingsoord Trein 8.28 te Petten".
Geflankeerd door mijn broer en gewapend met het boek ben ik op 5 maart 2004 in Petten gaan rondkijken of er nog iets van de voormalige vakantiekolonie te zien was. De aanblik van het gebouw riep echter geen herinnering bij mij op en klopte ook niet met de foto in het boek. Pas later kwam ik er achter waarom die foto niet klopte. De foto laat namelijk een lang geleden gesloopt gebouw zien waar in 1934 het huidige gebouw voor in de plaats gekomen is. Gelukkig waren Marga en Ton van Vlijmen zo vriendelijk om ons binnen rond te leiden. Dank zij hun informatie werd mij duidelijk dat dit echt de plaats moest zijn, ofschoon ik vrijwel niets herkende. Wel voelde ik me voortdurend geïntimideerd, alsof mij uit de muren werd toegefluisterd: "jij deugt niet . jij deugt niet .". Alleen een oude foto met de bedjes riep rechtstreeks herkenning op, want het bedje in de ziekenboeg is in mijn herinnering gebrand.
En het "washok" kwam mij bekend voor. Ik weet nog goed hoe keihard de hete stralen uit de douchekop kwamen en hoe wanhopig ik probeerde te voorkomen dat de harde zeep in mijn ogen liep. Ik herinner mij een bizar detail: de vrolijke liedjes die de leidsters ondertussen zongen, zelfs deze vier regels tekst:

"Eéns in de dagen gaan wij in het bad,
jonge jonge jonge wat een pret is dat!
'k Tuimel vierkant op mijn kin,
zó pardoes de badkuip in!"

Los van hoe pijnlijk ik me de landing op je kin voorstelde (waardoor ik die bizarre tekst blijkbaar onthouden heb), vermocht het liedje mij niet op te vrolijken. Want ik vond het hele verblijf vreselijk. Je was gewoon een nummer, een nul welteverstaan..

Nee, ik heb verder geen samenhangend geheel van herinneringen, wel van enkele dieptepunten waar mijn gevoel van ontreddering aan opgehangen is gebleven. Mijn excuses voor het onsmakelijke karakter er van...

Gezien de doelstelling van alle vakantiekolonies was het ook hier de bedoeling dat je alles op at wat de pot schafte, desnoods tegen de klippen op.
Ik had een aversie tegen macaroni, maar die kwam geregeld op tafel, ik denk wel wekelijks. Op een keer kon ik me niet meer inhouden en braakte ik over mijn bord heen. Maar ik kreeg geen pardon: toen de tafels werden afgeruimd werd ik apart gezet met mijn bord waar de zurige dampen van opstegen. Het bord moest leeg, werd mij te verstaan gegeven. De andere kinderen vertrokken voor hun dagelijkse wandeling aan zee. Natuurlijk kon ik geen hap door mijn keel krijgen. Ik zat daar maar, met fantasieën dat ik eindeloos boven dit bord zou moeten zitten, dat nooit leeg zou raken... Toen de kinderen terugkwamen werd ik opgemerkt door een andere verzorgster die mij van het bord verloste.
Ik heb lang gedacht dat hier een soort sadisme op mij botgevierd werd, maar nu denk ik dat het gewoon een uitvloeisel van "het systeem" was. Precies zo'n verhaal over dat uitgekotste eten vernam ik van iemand die in een heel andere vakantiekolonie was opgenomen.

Levendig herinner ik me nog mijn verblijf in de ziekenboeg ("de Isoleer" werd hij genoemd volgens mevrouw Waaldijk die daar gewerkt heeft). Soms lag ik er alleen, soms met één of twee andere kinderen. Het was streng verboden om te praten nadat het licht was uitgedaan, maar ik deed het toch. Na een waarschuwing werd mij toen maar een pleister op de mond geplakt.
In hoeverre daar 's nachts toezicht was, weet ik niet. Ik moet tenminste één nacht, misschien met de Kerstdagen, helemaal alleen geweest zijn met mijn ondraaglijke jeuk. Ik krabde mijn waterpokken open tot zweren waarvan de littekens vandaag de dag nog te zien zijn. Tegen de ochtend deed ik het in mijn broek en raakte ik in een soort trance. Ik begon mijn bed en de muur met mijn uitwerpselen te beschilderen. Ik weet nog dat ik vreselijke straf verwachtte. Maar toen de leidsters mij ontdekten, waren ze toch vooral ontzet en ik kan me mijn opluchting nog herinneren dat ik er nogal genadig van af kwam.

Toch was er een belangrijk lichtpunt: de welgemeende aandacht van mijn engel aldaar, een hele lieve leidster. Na afloop van mijn verblijf stuurde ze mij een wat onscherp kiekje van haarzelf tussen twaalf kleuters waaronder ik. Achterop had ze haar naam geschreven: Zr. Nel Igesz.
Na mijn bezoek aan Petten besloot ik moeite te doen om Nel Igesz op te sporen. Helaas bleek ze al in 1971 aan kanker overleden te zijn. Een zus van haar leeft nog. Zij stelde mij in het bezit van de trouwfoto van Nel, waarop haar gezicht heel duidelijk te zien is. Weer ontbrak mij de visuele herkenning. Maar opnieuw deed ik een merkwaardige gevoelsmatige ontdekking. Want haar gezicht vertoont enige overeenkomst met het eerste meisje waar ik als puber op verliefd werd... Dat was misschien geen toeval, denk ik nu! Nog wat later heb ik een telefoongesprek met mevrouw Waaldijk kunnen voeren die zoals gezegd in die tijd ook leidster in het Kleuterhuis was. Van haar kreeg ik de indruk dat ook zij, net als Nel, een leidster met grote inzet en belangstelling voor kinderen was. Mijn beeldvorming over de leidsters is daardoor in positieve zin bijgesteld. En als ik nog eens goed op de foto kijk die Nel mij stuurde, zie ik de meeste kinderen lachen, ze kijken niet allemaal zo sip als ik.
Maar mijn deprimerende verhaal kan niet alleen maar teruggebracht worden op vertekende herinnering van een kwetsbare kleuter. Het hele systeem van "massaverpleging" heeft overal in het land dit soort herinneringen achtergelaten, ook bij kinderen die op oudere leeftijd waren opgenomen. En het kon in een internaat ook best heel anders toegaan.
Als kind van 9 tot 11 jaar oud, werd ik later opnieuw opgenomen in Heideheuvel, het herstellingsoord voor astmatische kinderen te Hilversum. Aan die tijd heb ik heel goede herinneringen en ik ben nog steeds bevriend met een echtpaar dat daar toen de leiding had. Op de reünies van Heideheuvel hoorde ik naderhand verhalen van mijn leeftijdsgenoten hoe ook zij met vakantiekolonies kennis hadden gemaakt, voorafgaand aan hun opname in Heideheuvel. Bij elk van hen was de afkeer van de vakantiekolonie nog heel groot, het verschil met Heideheuvel was een verschil van dag en nacht. Jawel, op Heideheuvel was het regiem ook wel eens strak, maar toch overheersten respect, persoonlijke aandacht en een gezellige sfeer. Weliswaar raakte ik er niet van mijn astma af, maar in sociaal opzicht verbeterde mijn functioneren aanzienlijk. Want ik was zoals veel astmapatiëntjes natuurlijk toch wel een overbeschermd kind geworden.

De ervaring in Petten is onderdeel van mijn "roots" geworden en niet terug te draaien. Maar als ik probeer de balans op te maken wat die ervaring voor mij betekend heeft, blijkt die balans toch positief. Het Kleuterhuis te Petten heeft mij beïnvloed in persoonlijke, beroepsmatige en politieke zin.

Persoonlijk, omdat ik anders misschien minder oog gehad zou hebben voor het belang dat je meeleeft met mensen in je omgeving die in de puree zitten.
Ook kan ik een beetje begrijpen wat kampslachtoffers in de tweede wereldoorlog hebben meegemaakt, ofschoon dat veel erger is geweest.

Beroepsmatig heeft het mij beïnvloed, omdat mijn blijvende verbazing over het verschil in "klimaat" tussen gezondheidszorginstellingen een rol heeft gespeeld in mijn keuze in 1974 om voor de gezondheidszorg te gaan werken. Ik doe er onderzoek, adviezen, trainingen en persoonlijke coaching voor; tegenwoordig minder sinds ik met pensioen ben.
Wel heb ik al spoedig ingezien dat het stimuleren van werkelijke veranderingen in "klimaat" beter kan worden overgelaten aan mensen met een verpleegkundige of medische achtergrond. Zoals mijn vroegere collega Cora van der Kooij, die onlangs nog werd aangehaald in NRC Handelsblad van dinsdag 21 september over de toestand in verpleeghuizen. Cora liep zelf jaren rond in verpleeghuizen en promoveerde op een onderzoek naar "belevingsgerichte zorg". Volgens Cora werken verzorgenden ontzetten hard, maar niet altijd even doordacht. Zij vindt dat veel van hen hun werk te veel vanuit het lichamelijk-medisch perspectief benaderen: iemand is ziek en moet verzorgd worden. Het Kleuterhuis is dan wel verleden tijd. Maar als we lang tijd van leven hebben, komt een deel van onze generatie toch weer in een internaat terecht, nu niet voor kleuters maar voor hulpbehoevende senioren. En dan komt het er op aan of daar een klimaat is van respect en gezelligheid, dan wel dat het "lichamelijk-medisch perspectief" de boventoon voert zoals in het systeem van massaverpleging het geval was.

Dat is ten dele een kwestie van goed management, maar ook van financiële middelen. Daarom zou ik nooit op een politieke partij stemmen die de kwetsbaren onder ons, ouderen of anderszins, met een kluitje in het riet stuurt van de "eigen verantwoordelijkheid". Het kenmerk van onze beschaving is hoe onze samenleving met zwakkeren en met minderheden omgaat. Het is goed dat het gebouw van het voormalige Kleuterhuis daar nog in Petten staat, in al zijn ongenaakbaarheid. Als een monument van hoe het niet moest, niet bedoeld was, maar toch gebeurde.

Erik Können (geb. 17-03-1942)

1 augustus 2004 (6)

Ik wil graag reageren op u oproep.
Ook ik heb in het kleuterhuis in Petten gezeten, en kan er helaas geen positieve dingen over vertellen. Ik was nog wel erg klein dat wel, maar vooral de eenzaamheid en het gevoel dat ze je verlaten hebben staat nog in mijn geheugen gegrift. Ik weet nog wel dat mijn moeder een keer kwam met een popje in een kinderstoeltje, en een paar au de colonge doekjes. De geur van die doekjes zijn voor mij na 37 jaar nog steeds met Petten verbonden. Ik kan me geen groepsgenoten herinneren of dat we groepsnamen hadden.
Ik hoop dat er nog meer informatie komt over Petten, wat er is weinig van bekend. Ook heb ik in het Noorderhuis gezeten in Hoogeveen daar is wel veer informatie over. Fijn dat jullie deze site op internet gezet hebben.

Beppie de Haas-Razenberg

25 juli 2004 (5)

Ik ben opgegroeid in de jaren vijftig, in een doorsnee-arbeidersgezin. Mijn ouders hielden veel van mij. Toch deden ze me weg. Ik at slecht, zeiden ze later. Ze hebben mij in 1954 op drie-jarige leeftijd in het kleuterhuis in Petten geplaatst, om aan te sterken. Ik heb daar drie maanden doorgebracht en die tijd staat me nog zeer helder voor de geest. Ook daar at ik niet. Vis op vrijdag, bietjes, worteltjes. Ik stopte de vis onder de rand van de tafel, was het schelvis, gekookt? Vies in elk geval. Lammetjespap, kaboutertjespap, het werd allemaal wel vriendelijk aangeboden, maar als je vervelend was of je eten niet opat werd je voor straf in de badcel opgesloten. Ik heb er geleerd om voor het naar bed gaan netjes mijn sokken op een knotje te rollen, dat heb ik nog jaren als gewoonte aangehouden. Of was ik gewoon geconditioneerd? Het was oorspronkelijk de bedoeling dat ik zes weken zou blijven, maar aan het eind van die periode was ik blijkbaar nog niet genoeg aangesterkt, zodat tot verlenging werd besloten. Mijn vriendje Arthur, die iets ouder was, met wie ik samen was gegaan, mocht wel naar huis, en ik zie nog zijn blonde krullebol (hij had heus kroeshaar en werd vaak blonde neger genoemd) verdwijnen in een rij met kinderen die wel naar huis mochten. Gelegenheid tot afscheid nemen werd er niet gegeven, ik kan me er in ieder geval niets van herinneren, alleen een korte blik die hij mij toewierp vanuit de rij die door de deur vertrok (of is dat een ingevulde wensgedachte?).

Ik kan me er niets anders van herinneren dan dat ik er gehuild heb, hoewel er ongetwijfeld ook leuke dingen gebeurd moeten zijn, alleen weet ik ze niet meer. Ik kreeg mazelen en rode hond tegelijk en werd voor een schijnbaar oneindige periode in quarantaine geplaatst, met bed en al ergens beneden in het huis. Het was er schemerig en ik kan me herinneren slechts één ander kind, dat ook ziek was, te hebben gezien.

Mijn ouders mochten zo nu en dan op bezoek komen, maar ze zijn in mijn herinnering maar één keer geweest. Ik stond in de gang en mijn ouders zaten tegenover me in een donkere ruimte, een soort van nis, zwijgend op een houten bank, terwijl ik me huilend probeerde los te worstelen uit de handen van de zuster, die me tegenhield om naar mijn ouders te rennen. Waarom hield ze me tegen? Om het afscheid niet te moeilijk te maken? Ik weet het niet. Mijn vader heeft me later verteld dat hij en mijn moeder nog achter de rij zijn aangelopen, toen we naar het strand liepen. Niets van gemerkt. Ik heb er geen enkele positieve herinnering aan overgehouden. Toen ik thuiskwam kreeg ik een poppenkast van mijn ouders en had ik er een zusje bij. Nog jarenlang heb ik rondgezeuld met een tas met ansichtkaarten die ik allemaal had gekregen. Ze bedoelden het wel goed in die tijd, dat wel.

Toen ik zelf een kind kreeg en zag hoe klein zij was toen ze drie was ervaarde ik dat als een enorme schok. Ik ben toen nog op zoek gegaan naar de archieven van het kleuterhuis, maar die zoektocht bleef zonder veel succes. Het kleuterhuis bestond niet meer en de archieven waren weg. Ik ben in psychotherapie gegaan en daar bleek dat ik een ernstig trauma aan dat hele kleuterhuisgebeuren had overgehouden. Wat wil je ook? Een jochie van drie snapt totaal niet wat er gebeurt als je wordt weggebracht naar een huis vlakbij het strand en je denkt dat je ouders je gewoon weer zullen komen ophalen en dan komen ze niet! Dan ga je vanzelf denken dat het normaal is dat je wordt weggedaan als je een jaar of drie bent. Van mijn eerste tien jaar kan ik me herinneren dat ik me heel snel buitengesloten voelde en mijn moeder klaagde altijd dat ik tegenstribbelde als ze me wilde aanhalen of op schoot wilde nemen. Het heeft jaren geduurd voor ik in staat was duurzame relaties aan te gaan. Zelfs nu kan ik nog onredelijk fel reageren in bepaalde situaties. Verlatingsangst zegt de psychiater.

Later heb ik meegelopen met de strandzesdaagse en zag ik het kleuterhuis liggen als we Petten passeerden. Ook heb ik er nog wel voor de deur gestaan. Positieve herinneringen heb ik ook toen niet terug kunnen vinden. Ik ben blij dat ik deze site heb ontdekt en ik hoop dat er nog vele reacties zullen volgen.

Willem Geijssen

28 juni 2004 (4)

In 1956 heb ik zes weken doorgebracht in Trein 828. Ik was een kleuter van bijna vier jaar, en ik vond het een drama!!!
Mijn moeder had me verteld dat ik op vakantie ging en dat er schommels en wippen en een grote zandbak zou zijn waar ik heerlijk in mocht spelen. Groot was de teleurstelling want er was alleen een houten klimrek. Traumatisch is inderdaad het juiste woord zo kan ik mijn verblijf daar het beste beschrijven. Je werd op het station opgewacht door een leidster en je moest dus afscheid nemen van je moeder die je niet weg mocht, of kon brengen. Geen bezoek de eerste zes weken en dat voor een kind van bijna 4. Ik heb dus ontzettend veel heimwee gehad, kreeg alleen kaartjes maar verder geen contact met mijn ouders. Ook kan ik me nog herinneren dat ik eens in bed had geplast, nou vreselijk de reactie van de leidster. Ook weet ik nog dat boven mijn bed een Harlekijntje stond en volgens mij herkende de leidster je alleen aan dat symbool namen kenden ze niet. De wasbeurt was ook een trauma vooral als je haren gekamd werden met de luizenkam geen medelijden met je gewoon die kam door je haren trekken....!

Ik ben er niet aangekomen wat de bedoeling was van mijn verblijf daar maar wel enorm afgevallen. Moest dus nog zes weken blijven maar mijn ouders mochten me bezoeken en tijdens dat bezoek zijn die behoorlijk geschrokken zodat er besloten werd om mij toch naar huis te laten gaan. Thuis zag ik aan het gezicht van mijn tante dat ik inderdaad behoorlijk afgevallen was ze kreeg tranen in haar ogen. Het eten en de melk met vellen en brokken waren inderdaad niet, als ik het zo mag zeggen, te vreten. Neen, mijn verblijf in Petten was een drama en traumatisch.
Ik ben er 3 jaar geleden nog eens naar toe gegaan om te zien of het huis er nog stond en ook om het één en ''t ander te verwerken. Toen ik er stond kwamen er weer allerlei emoties naar boven vreselijk! Mijn man heeft me uit laten huilen en we zijn daar snel weggegaan. Ik heb ook een oproep gedaan via een site om verhalen van anderen te horen die daar geweest zijn om te kijken of hun ervaringen anders zouden zijn. Gelukkig niet ook zij hadden dezelfde ervaring. Ik denk dat er toen weinig rekening gehouden is met de beleving van kinderen. Neen voor mij was Petten een herinnering waar ik nu nog last van heb.

Trudy de Gilde

22 juni 2004 (3)

Ik heb in de jaren '50 (ik was toen 5) ook gezeten in Kleuterhuis Petten. Mijn ervaringen in Petten zijn slecht te noemen. Ondanks dat de leiding hier best wel lief was.
Het grootste deel van de dag lagen we in bed! (hoe dat je gezondheid ten goede komt is me tot op de dag van vandaag een raadsel) de rest van de dag, werd er in groepen buiten gelopen, dat was het eigenlijk. Vooral het s'middags slapen was voor menig "kleuter" een ramp! Immers de meeste kinderen van 4/5 jaar, sliepen thuis s'middags allang niet meer. Na het middag-slapen was er een tijdje "vrij" tot het avond eten en na het het eten weer naar bed. De "geur" die uit de keukens kwam is iets wat je altijd bijblijft. Overigens was het eten slecht.
De weegdag was een regelrechte ramp. Was je te weinig aangekomen dan "moest" je weer 6 weken, eigenlijk beheerste die dag je hele verblijf daar.
Vanwege de slechte hygiënische omstandigheden aldaar, kwam ik thuis met een ernstige vorm van "wondkoorts" waar ik weken na thuis komst nog steeds last van had.
Ik ken andere mensen die er ook zijn geweest en de reacties zijn met 1 woord traumatisch!
Na 2x in het door U genoemde Huize Bethanie te zijn geweest, kwam voor mij het laatste huis van trein 8:28, huize Vosseveld in Soest.
Bij de ellende die ik hier meemaakte was kleuterhuis Petten (en Bethanie) een "vakantie". Dagelijks leef en herleef ik de ellende van Vosseveld in Soest.(vernederingen, bedreiging mishandeling en sexueel-misbruik, ook van jongens) Bij het weggaan werd mij door de leiding "verteld":"als ik ooit naar buiten zou brengen wat daar gebeurt was, "men" mij zouden weten te vinden". Vertel mij nou niet, dat trein 8:28 het beste met kinderen voor had, want dat gelooft bijna niemand die in 1 van hun tehuizen heeft gewoond.

Alex Ponsen

26 april 2004 (2)

Naar alle waarschijnlijkheid heb ik ook in het kleuterhuis gezeten. Eind jaren '60 ongeveer ben ik als kleuter met een bus naar het Huis gebracht. Ik vond het afschuwelijk. Mijn ouders waren pas gescheiden, en mijn moeder leek het een goed idee om mij als bleekneusje naar kamp te sturen.
Wat ik me nog kan herinneren:
ik kreeg een koordje om met een afbeelding van een maan of een kameel, zodat je wist bij welk bed je hoorde. Ik kwam op een zaal terecht met andere kleuters. Het is een jeugdtrauma van mij. Het eten was er ronduit slecht, er was zelfs sprake van voedselvergiftiging. Het ontbijt bestond uit pap met klonten, wat ik echt niet door mijn keel kreeg. Je werd door de muggen gestoken en iedere keer weer ingedept met jodium. Ook dat wegen kan ik me nog wel herinneren. Ik zou eigenlijk wel willen weten wie er nog meer in dat jaar (ongeveer 1969, denk ik) in mijn groep zat en of zij dezelfde herinneringen hebben. Hoewel het een ellendig stuk uit mijn verleden is, hoort het toch bij mijn leven (en herinnering).

Hennie Visser

13 maart 2004 (1)

In mijn 80e levensjaar eindelijk wat foto's van "mijn" herstellingsoord. Lang verhaal kort verteld.
Eerste keer heen en totaal 9 (negen) maanden moeten blijven. Bij thuiskomst zei de schoolarts tegen mijn moeder, "Mevrouw, ik heb verleden jaar gezegd dat hij nodig naar Petten moet". Antwoord, "dokter hij is net thuis". Nou dan moet hij maar weer heen. Weer voor 5 maanden heen. Bij thuiskomst hetzelfde verhaal en weer 4 maanden heen. Achttien maanden in 2 jaar. Daarna nog een paar keer maar nu slechts 2 tot 3 maanden.
Heb er een prachtige tijd gehad. Als deel van het meubilair mocht ik de potlammetjes de fles geven. Elke dag naar de zee. 's Middags temperaturen en rusten. Op de grote zolder was allerlei speelgoed, tot een poppenkast aan toe.
Blijkbaar heeft het effect gehad want ondanks de oorlog /dwangarbeid in Duitsland / dienstplichtig naar Nederlands Oost Indië, ben ik nu mijn 80ste jaar aan het opmaken.

J. Ch. Aartsen

Het Zijper Museum is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de reacties.

Zie ook het boek: Bleekneusjes - vakantiekolonies in Nederland 1883-1970
van de auteurs Marianne Swankhuisen, Klaartje Schweitzer en Addy Stoel (2003)

Zie ook het boek: Trein 8.28 H.IJ.S.M.; Honderd jaar geschiedenis van een Amsterdamse vereniging voor het zorgbehoevende kind
Frank von Winckelmann, Amsterdam, augustus 2003, 112 p.
Deze uitgave verscheen in een oplage van 1.000 exemplaren ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Trein 8.28 H.IJ.S.M..
Prijs: 26,50 (incl. verzendkosten).
Informatie: Vereniging Trein 8.28 H.IJ.S.M: Herengracht 242, 1016 BT Amsterdam, tel. 020-4236628, j.wenting @ zonnet.nl

Zie ook: Archief van de vereniging Trein 8.28 H.IJ.S.M. bij het Stadsarchief van de Gemeente Amsterdam.

 
Oproep:
Wie heeft als kind, stagiaire, of als medewerker/ster in het Kleuterhuis te Petten gewerkt?
Laat ons uw positieve en/of negatieve herinneringen weten via e-mail adres: vannes@zijpermuseum.nl

© Copyright Gerard van Nes, Zijper Museum


Zijper Museum, Schagerweg 97b, 1751 CB Schagerbrug
WWW: http://www.zijpermuseum.nl/
Laatste wijziging: 21 april 2018
Informatie: info@zijpermuseum.nl