De Westfriese Zeedijk

Uit: Wat een pracht; Monumenten en Bezienswaardigheden in de gemeente Zijpe
Auteur: L.F. van Loo

De polder de Zijpe wordt in het oosten begrensd door een gedeelte van de Westfriese Omringdijk, die in totaal 126 km. lang is. Het ‘Zijper gedeelte’ bestaat uit achtereenvolgens van zuid naar noord (een gedeelte van) de Westfriese zeedijk, de Nieuwe Dijk en (een deel van) de Westfriese Dijk.

Het eerste stuk, tussen Zijpersluis en Sint Maarten, dateert oorspronkelijk uit circa 1231. Thans is nog veel van de structuur van vroeger te zien: kronkelend, hoog en steil als de oude wierdijken. Vroege dijkdoorbraken herkennen we aan de wielen, ook walen of braken genoemd. Het zijn waterplassen aan een kant ‘omcirkeld’ door de dijk; zo’n krom stuk dijk heet een vingerling. Dit stuk, de Westfriese Zeedijk, is zonder meer het mooist.

Ter hoogte van Sint Maarten begint de Nieuwe Dijk, een uitlaagdijk uit 1456 — thans nogal recht toe recht aan. Met deze dijk werd indertijd een verloren gegaan stuk land (Burghorn) herwonnen. Over het onderhouden van deze dijk is veel te doen geweest: wie moest wat waar doen? De grenspaal op de dijk getuigt daarvan; hij markeerde het dijksonderhoud(gedeelte) van Geestmerambacht en Schager- en Niedorperkogge. De rode, gietijzeren palen zijn ‘moderne’ dijkpalen, om de 100 meter geplaatst, zodat de dijkbeheerder bij bij voorbeeld onderhoudswerkzaamheden precies weet waar hij is.

Bij Schagerbrug werd de Westfriese dijk in 1932 doorgraven vanwege het Westfriese kanalanplan: het kanaal Stolpen-Kolhorn. Na een omweg door Schagerbrug — Schagerweg, Grote Sloot, stuk langs het genoemde kanaal naar het oosten — kan men de draad van de Omringdijk weer oppakken om te komen bij het buurtschap Keinse (=terp).

Het hoogheemraadschap Noordhollands Noorderkwartier te Alkmaar, dijkbeheerder, heeft een wegwijzer langs de Westfriese Omringdijk uitgegeven, onder de titel “De dijk uit”.
L.F. van Loo screef het boekje ‘Het Omringdijkpad. Wandelen om West-Friesland over de historische Omringdijk’, Amsterdam 1996, 144 blz.