Het kleuterhuis te Petten (1925-1974)

Oproep: Wie heeft als kind, stagiaire, of als medewerker/ster in het Kleuterhuis te Petten gewerkt? Laat ons uw positieve en/of negatieve herinneringen weten via ons e-mail adres: info@zijpermuseum.nl

Ontvangen reacties

Ansichtkaarten Serie 1, serie2
Fotoboek Bets Topman (ca. 1930)
Briefkaarten Reina Poelsma (voorjaar 1956)
Foto’s Trudy Hoogenboom (zomer 1957)
Stageverslag AnniePak (begin 1957) ! pdf, 42 Mb !
Stagefoto’s Annie Pak (begin 1957, Joke Deelstra (1959/1960), aug 63-juli 65, sep 66-sep 67, aug 67-aug 68, jul 68-jul 69

 

Ansichtkaarten  Serie 1, serie2
Fotoboek Bets Topman (ca. 1930)
Briefkaarten Reina Poelsma (voorjaar 1956)
Foto’s Trudy Hoogenboom (zomer 1957)
Stageverslag AnniePak (begin 1957) ! pdf, 42 Mb !

Uit: Zijper Historie Bladen, 21e Jaargang, Nummer 4 Auteur: P.T. Klant

Het doel der vereeniging is kinderen van mingegoeden van alle gezindten, die tot herstel van gezondheid eenigen tijd naar buiten zouden moeten, onder haar toezicht daartoe — voor zoverre mogelijk — in staat te stellen. Zij tracht dit doel te bereiken door daarvoor in aanmerking komende kinderen jaarlijks één of meermalen buiten in één of meer door haar te exploiteeren eigen herstellingsoorden op te nemen of op de voor hen meest geschikte wijze elders te doen verplegen. Kinderen lijdende aan besmettelijke ziekten of huidziekten, welke volgens medisch advies afzonderlijke verpleging vereischen, worden uitgezonden wanneer de middelen der vereeniging zulks toelaten. (Uittreksel uit de statuten, artikel 3) Bovenstaande laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Maar…

Hoe begon het allemaal?
Het verhaal, misschien hier en daar wat geromantiseerd, gaat als volgt. In de jaren vóór 1903 reisden iedere dag, steeds om 08.28 uur, met dezelfde trein van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (H.IJ.S.M.) een aantal forensen tussen Amsterdam en Rotterdam. Deze steeds weer elkaar ontmoetende mensen onderhielden zich, behalve over de gewone dingen van de dag ook over diepgaander zaken. Op zekere dag vertelde één van hen, dat er bij zijn kennissen een financieel minder draagkrachtig gezin was met een kind dat hoognodig een aantal weken ‘naar buiten’ zou moeten. Het kind was zwak en ‘verpieterde’ (dit laatste heeft niets met mijn voornaam te maken!) in de stad en zou onder goede begeleiding, goed eten en de nodige rust in de frisse buitenlucht weer wat op krachten kunnen komen. De financiën ontbraken echter. Hij stelde voor om hier iets aan te doen. Iedereen was dezelfde mening toegedaan en er werd besloten om iedere week een klein bedrag per persoon bij te dragen voor het vormen van een fonds. Uit dit fonds zouden dan kinderen in bovenstaande gevallen kunnen worden uitgezonden naar verpleegtehuizen. Behalve de vaste bijdragen per persoon, collecteerde men ook in de trein. Een gegeven moment was het toch wenselijk om enige vorm te geven aan het nobele streven.

De vereniging
Op 1 oktober 1903 werd in Amsterdam opgericht een ‘Vereeniging tot uitzending en verpleging van ziek- zwakke- en prae-tuberculeuse Kinderen’, onder de kernspreuk ‘Trein 8.28 H.IJ.S.M.’. De eerste Koninklijke goedkeuring werd in 1905 verkregen. Door vermoedelijk wijzigingen in de statuten kreeg men opnieuw Koninklijke goedkeuring in de jaren 1908, 1910, 1922 en 1924. De vereniging werd gevestigd aan de Stadhouderskade te Amsterdam. Men verplichtte zich uitsluitend kinderen van ‘mingegoeden’ te helpen. Hieronder werden verstaan gezinnen met ‚‚n kind beneden de 14 jaar en een wekelijks inkomen van ten hoogste fl. 15,00; die met twee kinderen beneden de 14 jaar en een inkomen van ten hoogste fl. 17,00. De tabel gaat zo nog een eindje door om te besluiten met gezinnen met zes kinderen beneden de genoemde leeftijd en een wekelijks inkomen van ten hoogste fl. 30,00. Tot 1921 werd er geen bijdrage van de ouders gevraagd. De overheid besloot echter in dat jaar dat de ouders een bijdrage naar draagkracht moesten leveren. Men kon ook lid worden voor een bedrag van een dubbeltje per week, dus fl. 5,20 per jaar. Sinds de oprichting tot 1960 is deze bijdrage niet verhoogd!

Genodigden bij de officiële opening op 2 mei 1925 (Foto collectie Piet Klant)

Onderbrengen van de kinderen
De kinderen werden gedurende de eerste jaren uitbesteed bij verschillende, bestaande tehuizen. Dit waren ‘Heidelust’ te Hilversum en ‘Bethanië’ te Zeist. Op 8 mei 1911 opende het bestuur het eerste eigen gebouw te Soest, ‘De Nieuwe Weg’ geheten met een capaciteit van 40 bedden. Gedurende de eerste wereldoorlog, 1914 tot 1918, werd er niet uitgebreid Op 25 oktober 1924 werd het tweede tehuis, ‘Vossenveld’ te Soest, geopend. Het tehuis had een capaciteit van 45 bedden. Na de oorlog bevond ‘Vossenveld’ zich in een zeer slechte toestand. Het kon eerst na een lange periode van restauratiewerkzaamheden in 1950 weer in gebruik worden genomen. Door onderbezetting was het niet mogelijk het tehuis verder te exploiteren. Het ‘Stads- en Academische Ziekenhuis’ te Utrecht besloot ‘Vossenveld’ te huren. Het tehuis werd bestemd voor kinderpsychiatrie en werd hiervoor op 1 januari 1969 in gebruik genomen. Op 2 mei 1925 kon men in Petten het niet meer in gebruik zijnde Gemeenelandshuis betrekken en openen. Er moest eerst een grote verbouwing plaats vinden. Keuken, slaapzalen, wasgelegenheden en kamers voor het personeel werden gerealiseerd. Tevens werd een halfopen serre gebouwd om de kinderen in de open lucht te laten rusten. In 1943 werd het gebouw, op last van de Duitse bezetters, afgebroken. Op 10 februari 1934 werd het tehuis in het Korfwater geopend. Speciaal voor kleuters onder de 6 jaren. Het huis had een capaciteit van 60 bedden. De oudere kinderen bleven nog in het Gemeenelandshuis en de jongste kinderen werden opgenomen in het nieuwe tehuis. Het kleuterhuis te Petten werd vernoemd naar Zr. A. Reineke. Zij was directrice van de vier kleuterhuizen en zij had een groot aandeel in het perfectioneren van de administratie. Dit laatste betrof dus de kleuterhuizen. Vlak vóór de tweede wereldoorlog bezat de vereniging zes tehuizen.

Het Gemeenelandshuis in de Hazepolder met rechts de open serre (Foto collectie Piet Klant)

Grote veranderingen
Door verandering in de sociale- en medische wereld veranderde ook het streven van de vereniging. De ‘bleekneusjes’ verdwenen en dientengevolge werd het tehuis ‘Nieuwe Weg’ op 31 december 1957 gesloten. Dit tehuis werd in eerste instantie verhuurd en in 1966 verkocht. Na 1969 was alleen het kleuterhuis te Petten nog in exploitatie. Het bleek echter dat het tehuis nodig gemoderniseerd moest worden. Reeds in 1967 werd opdracht gegeven hiertoe over te gaan. Deze modernisering kon in 1969 worden afgesloten. Het bestuur heeft alles in het werk gesteld om onderbezetting te voorkomen. In de zomermaanden was het aantal kinderen naar tevredenheid maar gedurende de wintermaanden waren er veel te weinig. Het huis is tenslotte in 1974 afgestoten en in gebruik genomen door een Evangelisch Centrum. Nu heeft de vereniging geen tehuizen meer in exploitatie en wordt alleen het kapitaal nog beheerd en gebruikt, in de vorm van subsidies, voor activiteiten in binnen- en buitenland speciaal voor kinderen.

Wat meer over de tehuizen in Petten
In het Gemeenelandshuis vergaderde het bestuur van het Hoogheemraadschap. In het gebouw werden regelmatig vergaderingen van dit bestuur gehouden. Doordat de vergaderingen meestal ‘uitliepen!’, bleven de bestuursleden vaak overnachten. Hiertoe waren overnachtingsmogelijkheden, stallen voor de paarden en een koetshuis. De vergaderingen werden voorzien van een goede maaltijd en rijkelijk overgoten met wijn. Het gezegde (niet van mij) deed de ronde dat je de zee kon dempen met de kurken van de flessen! Bij de laatste verhoging van de Hondsbosse- en Pettemer Zeewering werden, zonder er enige aandacht aan te schenken, een paar waterputten dichtgegooid. In de verplaatste grond rond de plaats van het voormalige huis heb ik ontelbare scherven van wijnflessen gevonden. Ik vond ook een bruin aardewerk bord met geel ‘ringelwerk’ en een tegeltje. ‘Ringelwerk’ was een speciale manier van aanbrengen van versiering. Ik heb beiden aan de heer P. Breed gegeven, omdat ik vond dat de voorwerpen bij het Hoogheemraadschap thuis hoorden. Dit allemaal even ter zijde. Het huis verbrandde in 1904, werd opnieuw opgebouwd en in 1905 weer geopend.

Het in 1934 geopende kleuterhuis zoals het er nu vanaf deze kant gezien nog steeds bijstaat (Foto collectie Piet Klant)

Een nieuw gebouw
In december 1932 werden de bouwtekeningen voor een nieuw gebouw ingediend en vergunning aangevraagd bij de gemeente Zijpe. De tekeningen werden goedgekeurd en 11 januari 1933 werd de gemeentelijke vergunning verleend. De uitvoering van de bouw vond plaats door aannemingsbedrijf Stolk uit IJmuiden. Het gebouw verrees op een stuk grond in het Corfwater. De grond werd vermoedelijk van de Domeinen. De totale bouwkosten bedroegen ca. 67.000 gulden. Een mooi, solide gebouw verrees en werd in februari 1934 geopend. Tevens werd in opdracht van de vereniging ‘Trein 8.28 H.IJ.S.M.’ een arbeiderswoning gebouwd. Deze stond aan de noordrand van het terrein en werd gebouwd door de ‘dorpsaannemer’ Engel Roozing. Deze woning was bestemd voor de onderhoudsman. De eerste die deze functie vervulde was Ben Ktterink. Zijn opvolger was Nic. Zwakman. Beiden zijn overleden.

Kapper Piet Schrieken bezig in het Kleuterhuis (Foto collectie van Kees Schrieken)

Het ophalen van de kleuters
De 60 kinderen werden opgedeeld over 5 groepen. In elke groep zaten dus 12 kleuters. Elke groep had een groepshoofd. Na een bepaalde verblijfsperiode moest er ‘gewisseld’ worden. Kinderen van wie het verblijf erop zat moesten worden weggebracht naar hun diverse ouders. De eigen ‘kleuterbus’ haalde ze op en bracht ze naar Amsterdam. De nieuwe kinderen moesten dan na enige dagen worden opgehaald. Dit gebeurde door de vijf groepshoofden. De vijf dames gingen dan naar Alkmaar en verder per trein naar Amsterdam. Vanaf het station werden ze opgehaald en gebracht naar het kantoor van de vereniging aan de Stadhouderskade. Hier waren de zestig ‘nieuwe’ kinderen al aanwezig en toegewezen aan de diverse groepshoofden. Vervolgens reisden groepshoofden en kinderen weer per bus naar Petten.

De waskamer in het kleuterhuis te Petten

Nasleep…
Vanaf het begin veroorzaakten de kleuterverzorgsters bij de manlijke Pettenaren een grote onrust! Het kon niet uitblijven dat vele, hoofdzakelijk nachtelijke, escapades rond het tehuis plaats vonden! Er heerste echter een streng regiem. Al kreeg een meisje vaste verkering, de jongeman mocht niet binnen het hek komen! Huwelijken konden niet uitblijven. Diverse vonden er plaats! Ik heb er een zestal kunnen achterhalen. Het zijn: Bets Topman, Mieke Koning, Marjo Snip, Hiske de Graaff, Marina Brouwer en Anja Geensen.

De grote Weegdag

Ten slotte
vind ik het leuk om nog een gedeelte uit een verslag in ‘De Groene Amsterdammer’ no. 2502 uit 1925 te vermelden. “Petten. Zoo’n plaatsje, waar een mensch ‘natuurlijk’ nooit komt. Toch klinkt de naam bekend… er doemen schoolherinneringen op, o ja, Petten, de Hondsbossche zeewering, het eenige plekje aan onze kust, waar ons lieve land, ‘ontworsteld aan de baren’ de natuurlijke bescherming der duinen miste en daarom staat er een dijk, een geweldige dijk en die dijk is eigenlijk Petten, want het handjevol huizen dat daar achter en onder en tegen den dijk aan hurkt, is er stellig alleen ter wille van den dijk. Daar wonen de werkers, die waken en de wakers, die werken om het alles veilig en welbewaard te houden. En dan staat er, boven alles uit, een breed en stevig huis, zijn kloeke front naar den hoogen, groenen dijkrug gekeerd, solide en welbewust. Het is een huis met een gevelsteen en een inscriptie, die niet zoo een twee, drie te ontcijferen valt, want er staat veel op. Die steen blijft er, ofschoon het huis van bestemming verandert, grondig verandert, want in plaats van eerwaarde dijkgraven, die er de ernstige hoofden bijeen staken in gewichtig overleg hoe ’t best de zee te bestrijden, zal het gemeenlandshuis in de toekomst vol zijn van jong leven, dat gezondheid en kracht komt zoeken en die ongetwijfeld vinden zal, indien voldoende levensvatbaarheid voorhanden is. En het groote huis zal schallen van jonge stemmen en het stille wonder zal er omgaan van genezing, groei en bloei en het zal zijn als een dubbele lente.” Met dank aan mevrouw J. de Groot-Wenting van de vereniging ‘Trein 8.28 H.IJ.S.M.’ voor de door haar beschikbaar gestelde gegevens.

De eetzaal in kleuterhuis Trein 8.28 Petten