Gemeentewapen: de Zijpe [logo Zijper Museum] [logo Geregistreerd Museum]

navigatiebalk

'Afdrukken Willem, op naar de groentesoep'

Door: Peter Zethoven
Uit: de Schager Courant van zaterdag 24 januari 1998

Met dank aan Peter Zethoven en aan het Noord Hollands Dagblad (Schager Courant) voor het mogen plaatsen van onderstaand artikel op de website van het Zijper Museum.

Schagen/Zijpe --- Er komt een monument voor de familie Niestadt, het bekendste fotografengeslacht van Nederland waarmee wel twintig beroemde fotografenfamilies directe bloedlijnen bezitten. Overal ter wereld van Australië tot Costa Rica zijn fotografen actief met dezelfde achternaam. De bakermat van de Nederlandse familie Niestadt ligt in Sint Maartensbrug. In het kader van het 4OO-jarig bestaan eert de gemeente Zijpe haar beroemde ingezetenen. Dat gebeurt met de onthulling van een kunstwerk van beeldend kunstenaar Henk op ten Berg uit Hippolytushoef. Op donderdag 29 januari 1998 om 14.00 uur. Door het standbeeld worden ook met name de inmiddels overleden Willem en Lubert Niestadt geëerd, persfotografen te Schagen voor de Schager Courant, die vijftig jaar lang het wel en wee fotografeerden in de vele gemeenten in de Kop van Noord-Holland.

Wilhelm en Lubertie

De fotografie in ons land kwam rond 1860 langzaam op gang. Ook op het platteland vestigden zich de eerste beroepsfotografen. Eén daarvan was Gerhard Bernhard Heinrich Niestadt. Gerhards vader was Wilhelm Heinrich Niestadt, die zich in 1850 in Sint Maartensbrug vestigde.
Het verhaal is eigenlijk al beroemd: op 16-jarige leeftijd kocht Gerhard Bernhard een verrekijkertje op de kermis van Schagerbrug. Hiermee knutselde hij zijn eerste camera in elkaar. De benodigde goud- en zilverbaden werden verkregen door het oplossen van gouden en zilveren munten. In 1862 begon Gerhard zijn hobby als nevenberoep uit te oefenen. Samen met zijn jongere broer Wilhelm Diederich. Aanvankelijk in Dirkshorn vestigde hij zich later met een atelier aan de Schager Molenstraat. Gerhard Bernhard was ongetwijfeld een van de meest begenadigde fotografen. Daarbij had hij technisch geniale kanten. Zo ontwikkelde hij de driekleurencamera, een unicum in die tijd. Ook ontwierp hij net als Bel1 zijn eigen telefoontoestel. Hij vertrok in 1898 naar Delft en deed zijn zaak over aan zijn broer Wilhelm Diederich. Deze had een zoon Wilhelm Heinrich. Deze trouwde na zijn leertijd met Maaike van Rijswijk uit Anna Paulowna. Het echtpaar kreeg drie zoons: Wilhelm, Lubertie en Henri. De laatste stierf jong. Wilhelm en Luberti waren onafscheidelijk. Lubertie bleef ongetrouwd en stierf op 15 november 1985.

Willem trouwde wel. Met Maria Smit die in Schagen een dameskapsalon had. Voorts was hij zeventien jaar lang wethouder van Schagen en bekleedde hij diverse functies in hoofdbesturen van middenstands- en ondernemersverenigingen. Waar Lubertie altijd met veel ontzag over sprake. Nadat Willem was overleden was voor Lubertie de lol eraf. Lubertie die een bijna onwereldse bewondering voor zijn grote broer had kon eenvoudig weg niet zonder hem. Hij hield het maar een paar jaar alleen vol in een aanleunwoning.

Schagen. Een slaperig WestFries provincieplaatsje. Het redactielokaal van de Schager Courant bevond zich op de eerste verdieping van een naargeestig ogend dagbladkantoor, dat was gevestigd in een woonhuis. Het was slechts te bereiken via een lange steile trap, die leidde naar een donker soort overloop. Binnen, op de redactie, waar de hele dag schelwit neonlicht brandde, een zestal bureaus waarop de werkpaarden uit de schrijfmachine-industrie stonden. 'Dikke Bertha's', die hun letters als mitrailleurs op het papier konden spugen als het tegen de sluiting van de krant liep. Typemachines, waaraan voorover gebogen in hun stoelen, voortdurend rokende mensen werkten, met elkaar fluisterden en af en toe voorzichtig om zich heen spiedden.
In het armzalig ingerichte vertrek hing de geur van eeuwig natte regenjassen, zuur zweet, gezoete pijptabak en oude telefoonboeken. Metaalachtig getik van schrijfmachines, geritsel van kopijpapier, aangevuld met halve in vettige telefoons ingesproken dialogen over een breed scala van regionale onderwerpen, completeerden dit sfeer- en geluidsbeeld.
Enkele malen per dag aangevuld door klokkend ingeschonken mokken koffie en het borrelende geluid van een ijzeren plantengieter, waarmee het leven werd gerekt van trieste hangplanten, die her en der door het vertrek op oude schoteltjes stonden en hun groengele bladeren mistroostig en moedeloos naar beneden lieten hangen.

Gespannen stilte
Soms werd de gespannen stilte plotseling verstoord, omdat iemand een vel papier uit zijn schrijfmachine trok en een eerbiedige gang inzette naar het vrijstaande bureau van de chef. 'Meneer, mijn stukje is klaar..' Waarna slechts een extra wolk blauwe rook uit de pijp aangaf, dat de nederige boodschap was overgekomen. Het gereedgekomen bericht verdween vervolgens gevouwen en wel op een stapeltje eendere A-viertjes, die op hun beurt al klaar lagen op een vuurrode envelop. Dit ogenschijnlijk armzalige stapeltje papier was, in al zijn eenvoud, het heilige der heiligen op de redactie: de treinbrief, die de kopij voor de krant, van de volgende dag zou bevatten. De vuurrode envelop, waarmee de drie nieuwspagina's van de krant elke dag per trein naar Alkmaar werden gestuurd. Met de foto's, die door Fotografie Niestadt elke dag rond vijf uur werden aangeleverd. Foto's, die -- althans vanuit het oogpunt van de redactie -- de memorabele gebeurtenissen van die dag weergaven. Kopij en foto's verdwenen in de treinbrief en werden uiteindelijk door de jongste verslaggever ten teken van zijn nietswaardigheid naar de trein gebracht. Daar werd de envelop bij (streep het gewenste weerbeeld aan) storm, dichte mist, ijzel, sneeuw, motregen, stortregen, hagel, gevoelstemperaturen van min veertig of tropische van plus veertig in ontvangst genomen door de conducteur, die het Schager nieuws vervolgens met een glimlach in een daartoe bestemde brievenbus op het station van Alkmaar deponeerde. Hier werd de brief uit opgepikt door een koerier, die het Schager nieuws naar de centrale redactie bracht, waar het werd uitgepakt en verwerkt.

Mysterieus pandje
Fotografie Niestadt werd gedreven door twee broers, Willem en Lubert. Hun zaak was gevestigd in een mysterieus pandje aan de Gedempte Gracht, waar de kostelijke foto van een steigerend wit paard als teken van vakmanschap al zo'n jaar of dertig in de etalage hing. Binnen hingen er nog meer. Prachtig fotografisch epos van de Schager samenleving. Het ging allemaal verloren bij een brand. Willem en Lubert deden alles samen. Als ze op pad gingen stapten ze met zijn tweeën in de gele Volkwagen Kever. Lubert aan het stuur, Willem als adviseur/raadgever/kaartkenner daarnaast. Hun optreden als fotografen had iets koddigs, omdat ze ondanks hun leeftijd altijd eerst het snelle fotostandje aannamen (met de doorgezakte heup) en dan pas knipten. Hoewel Lubert de fotograaf was sjouwde ook Willem een handzame camera met zich mee waarbij ook hij vanuit andere hoeken opnamen maakte. Boze tongen beweren dat hij wel knipte maar geen film in zijn toestel had, om op de een of andere manier de fiscus bij de neus te nemen. Hoe dat ook zij, was de foto eenmaal gemaakt dan was het altijd Lubert die het sein gaf tot een ongekend gehaaste aftocht.

'Afdrukken Willem'. Want, ook al sliepen Schagen en zijn bewoners rustig door op de cadans van de tijd, de Niesteden waren persfotograaf. En zo'n fotograaf heeft altijd haast. Alhoewel het voor jonge journalisten, die gewend waren aan het beeld van de persfotograaf als agressieve, scheldende voor de beste plaat knokkende zuiper en wijvengek, wel een schok was. Om vijf uur 's middags werden ze voor het eerst met het fenomeen Niestadt geconfronteerd. Een roffel op de trap alsof er een losgebroken paard naar boven kwam, waarna uit de openslaande deur een krommig mannetje in een groene loden jasje verscheen. Dat zwijgend en bevangen van een haast tastbare 24 karaat haat drie foto's op hèt centrale bureau op de redactie neerlegde.

Grote schaar
Waar men al met een grote schaar klaar zat. Om met een 'zooooooo' voor zijn ogen de aangeleverde foto's in stukken te knippen. Want, dan kon-ie namelijk twee keer worden gebruikt. Stonden er drie mannen op rij op de foto, dan knipte de schaar de foto geroutineerd in drie stukken. Lubert zei niets gedurende dat ritueel. Maar nam op zijn manier wraak met het goedkoopste fotopapier en oude fixeer. Het ontwikkelen van zijn foto's noemde hij dan vaak ook gekscherend: 'Ik ga het zaakje even door de groentesoep halen!' De kreet op locatie galmt dan ook nog na: 'Afdrukken Willem, op naar de groentesoep'.

Het bijtekenen van foto's was zijn handelsmerk. Eerst gebeurde dat voorzichtig met potlood. Later bijna onbehouwen met ballpoint. Was er bij een voetbalwedstrijd geen bal te zien, geen nood, daar had Niestadt een stapeltje gefotografeerde ballen voor zich liggen. Die plakte hij dan schaamteloos op de foto. De prijs voor de foto's was naar zijn oordeel te laag om daar een half uur te gaan zitten wachten. Na de overhandiging van de foto's begon hij steevast omstandig zijn neus te snuiten. En vervolgens verdween hij met een lachje dat het best kan worden omschreven als 'nngiginnggigggggiigii' naar buiten. Zo snel als zijn kleine beentjes hem konden dragen.

Zowel Willem als Lubert was een heer met een zekere stijl. Ze waren eigenlijk een beetje in de tijdmachine blijven steken ook. Willem, de langste, mat toch gauw zo'n 1.80 mtr. Bij Lubert, de kleinste bleef de maatlat zo'n beetje bij 1.65 mtr steken. Op de Schager redactie was Lubert een begrip, een fenomeen. Willem zag je er zelden. Die bleef altijd beneden wachten in de gele Kever als Lubert de foto's om vijf uur 'omhoog' bracht naar de redactie.

Pepermuntje?
Voor jonge journalisten waren de Niesteden een absolute crime als er ergens een 'diepte-interview' moest worden gedaan. Want eenmaal binnen en de pen net gereed om de eerste vraag af te vuren, namen de Niesteden het gesprek geroutineerd over om na drie uur volkomen sufgeluld te zijn over onderwerpen die niets met het interview te maken hadden, werd dan de terugreis weer aanvaard. In de gele Kever. En als dan het lawaaierige luchtgekoelde Kevermotortje weer gezellig pruttelend snorde en de prachtige groene Schager dreven zich in de kleine raampjes van de Volkswagen spiegelden en voorbij schoten, draaide Willem zich om naar het volkomen wanhopige aanstormende journalistieke talent op de achterbank en zei: 'Pepermuntje?'

Kende je ze, dan bleken Lubert en Willem zo ondeugend als jonge honden. Ze 'gingen' voor een goede krantenfoto. Bij nacht en ontij waren ze op pad. Ondanks hun klimmende leeftijd. Bij branden of geheimzinnige militaire oefeningen in de duinen bij Groote Keeten klommen ze over prikkeldraad of verzonnen smoezen. Soms dienden ze te rennen 'voor hun leven' om niet te worden opgepakt door marechaussee. Want het motto was: er móét een foto komen. En daar hielden ze zich aan. De verhalen zijn legio en gedateerd. Toch ook als je eraan terugdenkt warm en innemend. Lubert moet een dikbil fotograferen, maar de stier gaat op zijn voet staan. Hij zegt niets, maakt eerst zijn foto en rent dan naar huis om voet met sok en schoen en al in een emmer ijskoud water te zetten. Te laat. Hij krijgt zijn voet niet meer uit zijn schoenen moet zo dagen lopen. Dan dat van die restauratie van een kerk. Lubert stikt van de hoogtevrees. Maar moet en zal de ladder op. Want dè plaat ligt in de nieuwe dakgoot van de kerk in 't verschiet. Nadat de foto was gemaakt moet de brandweer eraan te pas komen.

Nu griezelig: Willem en Lubert moeten voor een overheidsdienst een lijk fotograferen van een overboord geslagen zeeman in Callantsoog. Het overschot ligt in het rouwhuisje in duin, maar daar is het te donker. Geen nood. Ze sjouwen het lijk even naar buiten. Een filmbeeld verder: Lubert heeft nog steeds de romp vast en Willem loopt met twee losse benen naar buiten.

'Oudelsuis'
Toch is dit het mooiste. De regen spoelt van de ramen en op de redactie valt het woord Oudesluis uit. Plotseling beginnen Luberts ogen te glimmen en klimt hij op wat stoelen die hij tegen elkaar zet, waarvan enkele wat scheef staan om het decor echt te maken. En dan vertelt hij zwaaiend en worstelend tegen zware zeegang het verbijsterende verhaal van de trouwe koopvaarder Flying Dutchman, met aan het roer schipper Curt Carlsen, die in het Kanaal in een ziedende storm vergaat. Een verhaal dat hem ooit in grote dronkenschap in De Taveerne in Oudelsuis (voor intimi) is verteld. De Niesteden, zoals ze in brede kring werden genoemd hadden twee aartsvijanden. De toen net beginnende Winkeler fotograaf John Oud en Jan Louwe, de vaste fotograaf van het katholieke Noordhollands Dagblad. John Oud was niet zo'n probleem. Die mocht op de krant niet worden ingehuurd. Zijn visitekaartje met 'Fotografie Maison Modern' lag in een bureaula met een groot zwart kruis erover heen. Maar met Louwe lag dat anders. Hadden de Niesteden nèt de opstelling klaar om de jubilaris te fotograferen, dan zag deze zijn kans schoon om breed voor hen te gaan staan en precies dezelfde plaat te maken. En aangezien dezelfde plaat in twee elkaar op leven en dood beconcurrerende streekbladen niet kon, diende ter plekke een nieuwe invalshoek te worden bedacht. En het behoeft dan ook geen betoog, dat de volgende keer Louwe discreet maar efficiënt in de struiken verdween.


Zijper Museum, Schagerweg 97b, 1751 CB Schagerbrug
WWW: http://www.zijpermuseum.nl/
Laatste wijziging: 22 juli 2003
Informatie: info@zijpermuseum.nl