![]() | > |
Mr Nicolaas Nicolai
Hij was in 1504 geboren in Leuven, waar zijn vader rector van de universiteit was. Die vader was van 1510
tot 1528 president van het Hof van Holland en van 1528 tot zijn dood in 1532 president van de Grote Raad
(het hoogste gerechtshof in de Nederlanden) te Mechelen. Vader was waarschijnlijk een schipperszoon die
zich tot topambtenaar in de Bourgondisch-Habsburgse Nederlanden opwerkte.
Zoon Nicolaas kreeg een uitstekende opleiding in de klassieke talen en de rechten; hij was advocaat voor
de Grote Raad van Mechelen en werd in 1533 secretaris van keizer Karel V in Spanje. In Madrid trouwde
hij, maar z'n echtgenote stierf aldaar kinderloos in 1534. Terug in de Lage Landen werd Nicolai een van
de zes bezoldigde raadsheren van het Hof van Holland. Hij huwde met Johanna Moys, een zuster van zijn
vriend Jan Moys, die ook zou investeren in de bedijking van de Zijpe.
In 1538 werd Nicolaas Nicolai secretaris van de Raad van Staten en de Geheime Raad. In 1540 volgde zijn benoeming tot griffier van de orden van 'Het Gulden Vlies' en volgde hij wijlen zijn zwager Willem Moys op als Algemeen Ontvanger van de Beden (belastingen) in Brabant. In 1551/52 investeerde hij fors in de bedijking van de Zijpe en werd compagnon van Jan van Scorel, die trouwens bevriend was geweest met de inmiddels overleden broer van Nicolaas, een bekende dichter.
Maar in 1554 liet Maria van Hongarije ('gouverneur' van de Nederlanden) mr Nicolaas Nicolai arresteren op
verdenking van verduistering van grote sommen geld: geïnde, maar niet afgedragen belastingen in Brabant.
En dat geld had hij geïnvesteerd in de bedijking van de Zijpe? Hij kreeg huisarrrest op zijn buiten bij
Brussel.
Nicolai werd omschreven als 'egocentrisch, goedgelovig, pathetisch, verwend en onbeschaamd. Waar zijn
vader zich had weten op te werken, plukte Nicolaas daar liever de vruchten van'.
Dankzij zijn relaties, een flinke erfenis en de verkoop van zijn Zijper landerijen aan een edelman uit
Opper Gelre, Godert van Bocholt, kwam Nicolai er min of meer mee weg.
Hij had in zijn jonge jaren al gedichten geschreven en pakte dat nu weer op, in ballingschap in Keulen, waar in 1566 onder het pseudoniem Grudius zijn Pia Poemata, een bundel zeer vrome gedichten, verscheen. In 1568 vertrok hij naar Venetië, waar hij in 1571 of wellicht later overleed en met pracht en praal begraven werd.
Godert van Bocholt
Hij was in 1545 gehuwd met Maria van Reifferscheidt, vrouwe van Pesch (weduwe). Zij overleed echter al in
1546, mogelijk met haar kind in het kraambed. Iets wat toen vaker voorkwam. Van Bocholt erfde het kasteel
tussen Roermond en Keulen en werd heer van Pesch.
Van Bocholt hertrouwde met Alexandrina van Witsenhorst, Kleefse adel, en werd in 1547/48 heer van Wachtendonk. Zes jaar later kocht hij ook de heerlijke rechten van Grevenbroek in het bisdom Luik. Tussen 1555 en 1559 kocht hij veel land in de Zijpe en uiteindelijk had hij ruim 30% van de Zijper gronden in handen. Vervolgens kocht hij van Philips II de heerlijke rechten over de nieuwe bedijking; hij zou de enige 'heer van de Zijpe' in de geschiedenis worden. Dat was in 1567 en het bood hem de kans om hier een zoutwinningsproject op te zetten, met zoutketen en een zoutsloot bij Petten en al. Dat begon net heel aardig te lopen toen de Allerheiligenvloed van 1570 toesloeg: alles werd verwoest.
In 1571 en 1572 waren zo'n 3000 arbeiders bezig met de herstelwerkzaamheden in de bedijking. Van Bocholt zag vanwege de oorlogsomstandigheden geen kans om de zoutwinning weer op gang te brengen en op 26 juli 1573 beval Sonoy inundatie van de Zijpe o.l.v. Adriaen Anthonisz. In 1577 trachtte Godert van Bocholt nog om de herbedijking van de Zijpe in gang te zetten, maar hij overleed op 21 oktober van dat jaar in Venlo. Van Bocholt was bij de belegering van Roermond als opperbevelhebber van de cavalerie zwaar gewond geraakt; hij stierf binnen enkele dagen.
Bronnen:
Tekst: Frank van Loo