![]() | > |
Terwijl de Zijpe en Hazepolder in 1597 definitief bedijkt werd, gebeurde er meer, zoals:
Bedijking, geen inpoldering
De Zijpe is geen ingepolderd meer, zoals de Beemster of de Schermer, maar een slufter of verzande vlakte aan
de kust. Sinds 1250 vormde de Westfriese Dijk de oostgrens en de Oude Schoorlse Zeedijk de zuidgrens. De
Zijpe lag ongeveer op zeespiegelniveau en alleen op een paar plekken was het maximaal 1.4 meter daaronder.
Hele delen van de bedijking in het westen lagen en liggen boven NAP. Die hoger gelegen zandige delen werden de 'bovenlanden' genoemd. De lager gelegen afdelingen A t/m I, K en L 'meer kleiïge gronden' de 'benedenlanden'.
Tussen 1552 en 1597 is de Zijpe bedijkt: er kwamen dijken in het westen en noorden om het zeewater tegen te houden. Via een ingenieus stelsel van sluizen, vaarten en windmolens moest overtollig (hemel-)water afgevoerd kunnen worden: de molens maalden het uit op de vaarten en via de sluis in het noorden werd het geloosd op de Wadden-/Zuiderzee. De Anna Paulownapolder kwam er immers pas in 1845. De Groote Sloot, dwars door de Zijpe, tussen de Jacob Claesse(schut)sluis in het zuiden en de Groote (schut)Sluys bij Oudesluis in het noorden, was de hoofdslagader. Daardoor voeren ook vele scheepjes.
De Kolck
Het polderbestuur had zijn twijfels in 1597 of het overtollige water op natuurlijke wijze, via het ingenieuze
stelsel, bij eb kon afvloeien op de Zuiderzee. Voor alle zekerheid werd tegenover de Groote Sluys een
poldertje van 9 ha, omringd door hoge kaden, ingericht als waterberging. Het werd de Kolck genoemd (thans 't
Zijper Eilant met z'n vakantiehuisjes). De Poel, een voormalig verlengstuk van het Oude Veer, werd door een
egalementsloot verbonden met de Klik en de Groote Sloot. Bij lage waterstand in de Wadden-/Zuiderzee werd een
duiker geopend, waardoor het Kolckbassin leegliep. Geholpen door 2 tot 5 molens (het precieze aantal is niet
bekend).
Maar al snel, omstreeks 1610-1615, kwam het polderbestuur tot de conclusie dat de molens van de Kolck eigenlijk niet nodig waren. Het lukte ook zonder en dus konden de molens mooi verkocht worden aan de bestuurders van de net bedijkte Wieringerwaard vlak naast de deur.
Sluizen en molens
De sluizen, vaarten en molens in de rest van de Zijpe behielden wel min of meer hun functie: zorgen voor
droge voeten. De Groote Sloot bleef de hoofdslagader tot in eind 1824 het Noord-Hollands kanaal gereed kwam.
Door de geringe diepte van de bedijking hoefden in de 19e eeuw niet zoals elders stoomgemalen gebouwd te
worden. De windmolens konden het globaal wel aan. Maar na de electrificatie omstreeks 1923 namen electrische
gemaaltjes geleidelijk de rol van de molens over. Ze functioneerden altijd, ook als het niet woei en ze waren
veel goedkoper. Eind jaren vijftig was dat proces voltooid. De eeuwenoude molens leken overbodig, sloop of
verpaupering dreigde. Sinds 1961 bekommert de Stichting De Zijper Molens zich met veel succes om de nog
resterende tien molens. Die zijn inmiddels weer allemaal fraai opgeknapt en maalvaardig. Bij grote droogte
kan, net als vroeger, water ingemalen worden. Bij heftige neerslag helpen ze uitmalen.
Zo houdt de Zijpe al meer dan 400 jaar droge voeten.
Bronnen:
Aanvullende informatie:
Tekst: Frank van Loo